Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Regular, separable

Aanbellen conjugation

aanbellen = to ring the doorbell

Infinitive
aanbellen
Past
belde aan · belden aan
Perfect
heeft aangebeld

Quick answer

Aanbellen means to ring the doorbell. Past tense: belde aan (singular) and belden aan (plural). Past participle: aangebeld, with hebben: ik heb aangebeld.

Practise aanbellen

Present (tegenwoordige tijd)

ikbel aan
jijbelt aan
hij/zij/hetbelt aan
wijbellen aan
julliebellen aan
zijbellen aan

Past (verleden tijd)

ikbelde aan
jijbelde aan
hij/zij/hetbelde aan
wijbelden aan
julliebelden aan
zijbelden aan

Perfect (voltooide tijd)

ikheb aangebeld
jijhebt aangebeld
hij/zij/hetheeft aangebeld
wijhebben aangebeld
julliehebben aangebeld
zijhebben aangebeld

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad aangebeld
jijhad aangebeld
hij/zij/hethad aangebeld
wijhadden aangebeld
julliehadden aangebeld
zijhadden aangebeld

Future (toekomende tijd)

ikzal aanbellen
jijzult aanbellen
hij/zij/hetzal aanbellen
wijzullen aanbellen
julliezullen aanbellen
zijzullen aanbellen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aanbellen
jijzou aanbellen
hij/zij/hetzou aanbellen
wijzouden aanbellen
julliezouden aanbellen
zijzouden aanbellen

Aanbellen is a separable verb

In a main clause aan goes to the end (ik bel aan). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik aanbel). Participle: aangebeld.

Main clauseik bel aan
Questionbel jij aan?
Subordinate clause… dat ik aanbel
With a modal verbik wil aanbellen
Perfect tenseik heb aangebeld
With om ... teom aan te bellen
Imperativebel aan!

Separable verbs: rules and checker

Practise aanbellen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is bel. The infinitive bellen has l before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (belde, belden) and the participle ends in -d (aangebeld).
  • Separable verb. In a main clause the prefix aan goes to the end: ik bel aan. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik aanbel, ... dat ik aanbelde.
  • In the participle, ge goes between the two parts: aangebeld.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of aanbellen?

belde aan (ik, jij, hij/zij/het) and belden aan (wij, jullie, zij).

What is the past participle of aanbellen?

aangebeld, with hebben: ik heb aangebeld.

Is aanbellen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb aangebeld, hij heeft aangebeld.

Is aanbellen a separable verb?

Yes. In a main clause aan goes to the end (ik bel aan), in a subordinate clause it stays attached (dat ik aanbel). Participle: aangebeld.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.