Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Verenigen

verenigen = unir

Infinitivo
verenigen
Pasado
verenigde · verenigden
Perfecto
heeft verenigd

Respuesta rápida

Verenigen significa unir. Pasado: verenigde (singular) y verenigden (plural). Participio: verenigd, con hebben: ik heb verenigd.

Practica verenigen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikverenig
jijverenigt
hij/zij/hetverenigt
wijverenigen
jullieverenigen
zijverenigen

Pasado (verleden tijd)

ikverenigde
jijverenigde
hij/zij/hetverenigde
wijverenigden
jullieverenigden
zijverenigden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb verenigd
jijhebt verenigd
hij/zij/hetheeft verenigd
wijhebben verenigd
julliehebben verenigd
zijhebben verenigd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad verenigd
jijhad verenigd
hij/zij/hethad verenigd
wijhadden verenigd
julliehadden verenigd
zijhadden verenigd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal verenigen
jijzult verenigen
hij/zij/hetzal verenigen
wijzullen verenigen
julliezullen verenigen
zijzullen verenigen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou verenigen
jijzou verenigen
hij/zij/hetzou verenigen
wijzouden verenigen
julliezouden verenigen
zijzouden verenigen

Practica verenigen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

verenigen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Deze club mensen uit alle landen.

  2. Pasado

    De muziek de hele zaal.

  3. Pretérito perfecto

    Het nieuwe project de twee teams .

  4. Oración subordinada

    Ik vind het mooi dat voetbal zoveel mensen .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es verenig. En el infinitivo verenigen hay una g antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (verenigde, verenigden) y el participio termina en -d (verenigd).
  • Los verbos que empiezan por be-, ge-, her-, ont-, ver- o er- no llevan un ge- extra en el participio: verenigd.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij verenigt, pero verenig jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de verenigen?

verenigde (ik, jij, hij/zij/het) y verenigden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de verenigen?

verenigd, con hebben: ik heb verenigd.

¿El verbo verenigen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb verenigd, hij heeft verenigd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.