Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Reflecteren conjugation

reflecteren = to reflect

Infinitive
reflecteren
Past
reflecteerde · reflecteerden
Perfect
heeft gereflecteerd

Quick answer

Reflecteren means to reflect. Past tense: reflecteerde (singular) and reflecteerden (plural). Past participle: gereflecteerd, with hebben: ik heb gereflecteerd.

Practise reflecteren

Present (tegenwoordige tijd)

ikreflecteer
jijreflecteert
hij/zij/hetreflecteert
wijreflecteren
julliereflecteren
zijreflecteren

Past (verleden tijd)

ikreflecteerde
jijreflecteerde
hij/zij/hetreflecteerde
wijreflecteerden
julliereflecteerden
zijreflecteerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gereflecteerd
jijhebt gereflecteerd
hij/zij/hetheeft gereflecteerd
wijhebben gereflecteerd
julliehebben gereflecteerd
zijhebben gereflecteerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gereflecteerd
jijhad gereflecteerd
hij/zij/hethad gereflecteerd
wijhadden gereflecteerd
julliehadden gereflecteerd
zijhadden gereflecteerd

Future (toekomende tijd)

ikzal reflecteren
jijzult reflecteren
hij/zij/hetzal reflecteren
wijzullen reflecteren
julliezullen reflecteren
zijzullen reflecteren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou reflecteren
jijzou reflecteren
hij/zij/hetzou reflecteren
wijzouden reflecteren
julliezouden reflecteren
zijzouden reflecteren

Practise reflecteren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is reflecteer. The infinitive reflecteren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (reflecteerde, reflecteerden) and the participle ends in -d (gereflecteerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij reflecteert, but reflecteer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of reflecteren?

reflecteerde (ik, jij, hij/zij/het) and reflecteerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of reflecteren?

gereflecteerd, with hebben: ik heb gereflecteerd.

Is reflecteren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gereflecteerd, hij heeft gereflecteerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.