Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Vergroten

vergroten = agrandar

Infinitivo
vergroten
Pasado
vergrootte · vergrootten
Perfecto
heeft vergroot

Respuesta rápida

Vergroten significa agrandar. Pasado: vergrootte (singular) y vergrootten (plural). Participio: vergroot, con hebben: ik heb vergroot.

Practica vergroten

Presente (tegenwoordige tijd)

ikvergroot
jijvergroot
hij/zij/hetvergroot
wijvergroten
jullievergroten
zijvergroten

Pasado (verleden tijd)

ikvergrootte
jijvergrootte
hij/zij/hetvergrootte
wijvergrootten
jullievergrootten
zijvergrootten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb vergroot
jijhebt vergroot
hij/zij/hetheeft vergroot
wijhebben vergroot
julliehebben vergroot
zijhebben vergroot

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad vergroot
jijhad vergroot
hij/zij/hethad vergroot
wijhadden vergroot
julliehadden vergroot
zijhadden vergroot

Futuro (toekomende tijd)

ikzal vergroten
jijzult vergroten
hij/zij/hetzal vergroten
wijzullen vergroten
julliezullen vergroten
zijzullen vergroten

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vergroten
jijzou vergroten
hij/zij/hetzou vergroten
wijzouden vergroten
julliezouden vergroten
zijzouden vergroten

Practica vergroten

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

vergroten en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik de foto op mijn computer, want ik zie bijna niets.

  2. Pasado

    De gemeente vorig jaar het park met een grote speeltuin.

  3. Oración subordinada

    Hij sport veel omdat hij zijn kansen op de baan wil .

  4. Pasado

    Jij het gat in de muur alleen maar door te trekken.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es vergroot. En el infinitivo vergroten hay una t antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (vergrootte, vergrootten) y el participio termina en -t (vergroot).
  • Los verbos que empiezan por be-, ge-, her-, ont-, ver- o er- no llevan un ge- extra en el participio: vergroot.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de vergroten?

vergrootte (ik, jij, hij/zij/het) y vergrootten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de vergroten?

vergroot, con hebben: ik heb vergroot.

¿El verbo vergroten va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb vergroot, hij heeft vergroot.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.