Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Wagen

wagen = atreverse

Infinitivo
wagen
Pasado
waagde · waagden
Perfecto
heeft gewaagd

Respuesta rápida

Wagen significa atreverse. Pasado: waagde (singular) y waagden (plural). Participio: gewaagd, con hebben: ik heb gewaagd.

Practica wagen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikwaag
jijwaagt
hij/zij/hetwaagt
wijwagen
julliewagen
zijwagen

Pasado (verleden tijd)

ikwaagde
jijwaagde
hij/zij/hetwaagde
wijwaagden
julliewaagden
zijwaagden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gewaagd
jijhebt gewaagd
hij/zij/hetheeft gewaagd
wijhebben gewaagd
julliehebben gewaagd
zijhebben gewaagd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gewaagd
jijhad gewaagd
hij/zij/hethad gewaagd
wijhadden gewaagd
julliehadden gewaagd
zijhadden gewaagd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal wagen
jijzult wagen
hij/zij/hetzal wagen
wijzullen wagen
julliezullen wagen
zijzullen wagen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou wagen
jijzou wagen
hij/zij/hetzou wagen
wijzouden wagen
julliezouden wagen
zijzouden wagen

Practica wagen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

wagen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Hij het niet om haar de waarheid te vertellen.

  2. Pasado

    De bergbeklimmers de gevaarlijke tocht toch.

  3. Pretérito perfecto

    Zij het om haar baan op te zeggen.

  4. Oración subordinada

    Ik ben trots dat jullie het om je mening te geven.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es waag. En el infinitivo wagen hay una g antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (waagde, waagden) y el participio termina en -d (gewaagd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij waagt, pero waag jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de wagen?

waagde (ik, jij, hij/zij/het) y waagden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de wagen?

gewaagd, con hebben: ik heb gewaagd.

¿El verbo wagen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gewaagd, hij heeft gewaagd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.