Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Irregular, separable

Aandoen conjugation

aandoen = to put on, to affect

Infinitive
aandoen
Past
deed aan · deden aan
Perfect
heeft aangedaan

Quick answer

Aandoen means to put on, to affect. Past tense: deed aan (singular) and deden aan (plural). Past participle: aangedaan, with hebben: ik heb aangedaan.

Practise aandoen

Present (tegenwoordige tijd)

ikdoe aan
jijdoet aan
hij/zij/hetdoet aan
wijdoen aan
julliedoen aan
zijdoen aan

Past (verleden tijd)

ikdeed aan
jijdeed aan
hij/zij/hetdeed aan
wijdeden aan
julliededen aan
zijdeden aan

Perfect (voltooide tijd)

ikheb aangedaan
jijhebt aangedaan
hij/zij/hetheeft aangedaan
wijhebben aangedaan
julliehebben aangedaan
zijhebben aangedaan

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad aangedaan
jijhad aangedaan
hij/zij/hethad aangedaan
wijhadden aangedaan
julliehadden aangedaan
zijhadden aangedaan

Future (toekomende tijd)

ikzal aandoen
jijzult aandoen
hij/zij/hetzal aandoen
wijzullen aandoen
julliezullen aandoen
zijzullen aandoen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aandoen
jijzou aandoen
hij/zij/hetzou aandoen
wijzouden aandoen
julliezouden aandoen
zijzouden aandoen

Practise aandoen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: aandoen, deed aan, aangedaan.
  • Separable verb. In a main clause the prefix aan goes to the end: ik doe aan. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik aandoe, ... dat ik aandeed.
  • In the participle, ge goes between the two parts: aangedaan.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of aandoen?

deed aan (ik, jij, hij/zij/het) and deden aan (wij, jullie, zij).

What is the past participle of aandoen?

aangedaan, with hebben: ik heb aangedaan.

Is aandoen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb aangedaan, hij heeft aangedaan.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.