Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Weigeren

weigeren = rechazar

Infinitivo
weigeren
Pasado
weigerde · weigerden
Perfecto
heeft geweigerd

Respuesta rápida

Weigeren significa rechazar. Pasado: weigerde (singular) y weigerden (plural). Participio: geweigerd, con hebben: ik heb geweigerd.

Practica weigeren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikweiger
jijweigert
hij/zij/hetweigert
wijweigeren
jullieweigeren
zijweigeren

Pasado (verleden tijd)

ikweigerde
jijweigerde
hij/zij/hetweigerde
wijweigerden
jullieweigerden
zijweigerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geweigerd
jijhebt geweigerd
hij/zij/hetheeft geweigerd
wijhebben geweigerd
julliehebben geweigerd
zijhebben geweigerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geweigerd
jijhad geweigerd
hij/zij/hethad geweigerd
wijhadden geweigerd
julliehadden geweigerd
zijhadden geweigerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal weigeren
jijzult weigeren
hij/zij/hetzal weigeren
wijzullen weigeren
julliezullen weigeren
zijzullen weigeren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou weigeren
jijzou weigeren
hij/zij/hetzou weigeren
wijzouden weigeren
julliezouden weigeren
zijzouden weigeren

Practica weigeren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

weigeren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn zoontje elke avond zijn groenten te eten.

  2. Pasado

    De man om zijn naam te zeggen.

  3. Pretérito perfecto

    Ik het aanbod vandaag .

  4. Presente

    Jullie altijd om op tijd op te staan.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es weiger. En el infinitivo weigeren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (weigerde, weigerden) y el participio termina en -d (geweigerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij weigert, pero weiger jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de weigeren?

weigerde (ik, jij, hij/zij/het) y weigerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de weigeren?

geweigerd, con hebben: ik heb geweigerd.

¿El verbo weigeren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geweigerd, hij heeft geweigerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.