Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Irregular

Conjugación de Wijzen

wijzen = señalar, indicar

Infinitivo
wijzen
Pasado
wees · wezen
Perfecto
heeft gewezen

Respuesta rápida

Wijzen significa señalar, indicar. Pasado: wees (singular) y wezen (plural). Participio: gewezen, con hebben: ik heb gewezen.

Practica wijzen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikwijs
jijwijst
hij/zij/hetwijst
wijwijzen
julliewijzen
zijwijzen

Pasado (verleden tijd)

ikwees
jijwees
hij/zij/hetwees
wijwezen
julliewezen
zijwezen

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gewezen
jijhebt gewezen
hij/zij/hetheeft gewezen
wijhebben gewezen
julliehebben gewezen
zijhebben gewezen

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gewezen
jijhad gewezen
hij/zij/hethad gewezen
wijhadden gewezen
julliehadden gewezen
zijhadden gewezen

Futuro (toekomende tijd)

ikzal wijzen
jijzult wijzen
hij/zij/hetzal wijzen
wijzullen wijzen
julliezullen wijzen
zijzullen wijzen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou wijzen
jijzou wijzen
hij/zij/hetzou wijzen
wijzouden wijzen
julliezouden wijzen
zijzouden wijzen

Practica wijzen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

wijzen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De man naar de weg naar het station.

  2. Pasado

    Zij met haar vinger naar de kaart.

  3. Pretérito perfecto

    Wij de toerist de weg .

  4. Oración subordinada

    Ik begrijp het niet als jij niet waar het is.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: wijzen, wees, gewezen.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij wijst, pero wijs jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de wijzen?

wees (ik, jij, hij/zij/het) y wezen (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de wijzen?

gewezen, con hebben: ik heb gewezen.

¿El verbo wijzen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gewezen, hij heeft gewezen.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.