Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Irregular, separable

Vasthouden conjugation

vasthouden = to hold onto, to retain

Infinitive
vasthouden
Past
hield vast · hielden vast
Perfect
heeft vastgehouden

Quick answer

Vasthouden means to hold onto, to retain. Past tense: hield vast (singular) and hielden vast (plural). Past participle: vastgehouden, with hebben: ik heb vastgehouden.

Practise vasthouden

Present (tegenwoordige tijd)

ikhou vast
jijhoudt vast
hij/zij/hethoudt vast
wijhouden vast
julliehouden vast
zijhouden vast

Past (verleden tijd)

ikhield vast
jijhield vast
hij/zij/hethield vast
wijhielden vast
julliehielden vast
zijhielden vast

Perfect (voltooide tijd)

ikheb vastgehouden
jijhebt vastgehouden
hij/zij/hetheeft vastgehouden
wijhebben vastgehouden
julliehebben vastgehouden
zijhebben vastgehouden

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad vastgehouden
jijhad vastgehouden
hij/zij/hethad vastgehouden
wijhadden vastgehouden
julliehadden vastgehouden
zijhadden vastgehouden

Future (toekomende tijd)

ikzal vasthouden
jijzult vasthouden
hij/zij/hetzal vasthouden
wijzullen vasthouden
julliezullen vasthouden
zijzullen vasthouden

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vasthouden
jijzou vasthouden
hij/zij/hetzou vasthouden
wijzouden vasthouden
julliezouden vasthouden
zijzouden vasthouden

Vasthouden is a separable verb

In a main clause vast goes to the end (ik hou vast). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik vasthou). Participle: vastgehouden.

Main clauseik hou vast
Questionhou jij vast?
Subordinate clause… dat ik vasthou
With a modal verbik wil vasthouden
Perfect tenseik heb vastgehouden
With om ... teom vast te houden
Imperativehou vast!

Separable verbs: rules and checker

Practise vasthouden

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: vasthouden, hield vast, vastgehouden.
  • Separable verb. In a main clause the prefix vast goes to the end: ik hou vast. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik vasthou, ... dat ik vasthield.
  • In the participle, ge goes between the two parts: vastgehouden.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of vasthouden?

hield vast (ik, jij, hij/zij/het) and hielden vast (wij, jullie, zij).

What is the past participle of vasthouden?

vastgehouden, with hebben: ik heb vastgehouden.

Is vasthouden used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb vastgehouden, hij heeft vastgehouden.

Is vasthouden a separable verb?

Yes. In a main clause vast goes to the end (ik hou vast), in a subordinate clause it stays attached (dat ik vasthou). Participle: vastgehouden.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.