Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Wortelen

wortelen = arraigar

Infinitivo
wortelen
Pasado
wortelde · wortelden
Perfecto
heeft geworteld

Respuesta rápida

Wortelen significa arraigar. Pasado: wortelde (singular) y wortelden (plural). Participio: geworteld, con hebben: ik heb geworteld.

Practica wortelen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikwortel
jijwortelt
hij/zij/hetwortelt
wijwortelen
julliewortelen
zijwortelen

Pasado (verleden tijd)

ikwortelde
jijwortelde
hij/zij/hetwortelde
wijwortelden
julliewortelden
zijwortelden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geworteld
jijhebt geworteld
hij/zij/hetheeft geworteld
wijhebben geworteld
julliehebben geworteld
zijhebben geworteld

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geworteld
jijhad geworteld
hij/zij/hethad geworteld
wijhadden geworteld
julliehadden geworteld
zijhadden geworteld

Futuro (toekomende tijd)

ikzal wortelen
jijzult wortelen
hij/zij/hetzal wortelen
wijzullen wortelen
julliezullen wortelen
zijzullen wortelen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou wortelen
jijzou wortelen
hij/zij/hetzou wortelen
wijzouden wortelen
julliezouden wortelen
zijzouden wortelen

Practica wortelen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

wortelen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Die oude eik diep in de zware klei.

  2. Pasado

    De nieuwe planten snel in de vruchtbare grond.

  3. Oración subordinada

    Ze zegt dat het idee al diep in haar hoofd .

  4. Oración subordinada

    Toen de boom eindelijk , stopten we met water geven.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es wortel. En el infinitivo wortelen hay una l antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (wortelde, wortelden) y el participio termina en -d (geworteld).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij wortelt, pero wortel jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de wortelen?

wortelde (ik, jij, hij/zij/het) y wortelden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de wortelen?

geworteld, con hebben: ik heb geworteld.

¿El verbo wortelen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geworteld, hij heeft geworteld.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.