Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Irregular

Conjugación de Zenden

zenden = enviar

Infinitivo
zenden
Pasado
zond · zonden
Perfecto
heeft gezonden

Respuesta rápida

Zenden significa enviar. Pasado: zond (singular) y zonden (plural). Participio: gezonden, con hebben: ik heb gezonden.

Practica zenden

Presente (tegenwoordige tijd)

ikzend
jijzendt
hij/zij/hetzendt
wijzenden
julliezenden
zijzenden

Pasado (verleden tijd)

ikzond
jijzond
hij/zij/hetzond
wijzonden
julliezonden
zijzonden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gezonden
jijhebt gezonden
hij/zij/hetheeft gezonden
wijhebben gezonden
julliehebben gezonden
zijhebben gezonden

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gezonden
jijhad gezonden
hij/zij/hethad gezonden
wijhadden gezonden
julliehadden gezonden
zijhadden gezonden

Futuro (toekomende tijd)

ikzal zenden
jijzult zenden
hij/zij/hetzal zenden
wijzullen zenden
julliezullen zenden
zijzullen zenden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou zenden
jijzou zenden
hij/zij/hetzou zenden
wijzouden zenden
julliezouden zenden
zijzouden zenden

Practica zenden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

zenden en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De omroep het programma elke avond uit.

  2. Pasado

    Ze me gisteren een lief bericht.

  3. Pretérito perfecto

    Wij de brief vorige week naar de gemeente .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: zenden, zond, gezonden.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij zendt, pero zend jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de zenden?

zond (ik, jij, hij/zij/het) y zonden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de zenden?

gezonden, con hebben: ik heb gezonden.

¿El verbo zenden va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gezonden, hij heeft gezonden.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.