Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Irregular

Conjugación de Zouten

zouten = salar

Infinitivo
zouten
Pasado
zoutte · zoutten
Perfecto
heeft gezouten

Respuesta rápida

Zouten significa salar. Pasado: zoutte (singular) y zoutten (plural). Participio: gezouten, con hebben: ik heb gezouten.

Practica zouten

Presente (tegenwoordige tijd)

ikzout
jijzout
hij/zij/hetzout
wijzouten
julliezouten
zijzouten

Pasado (verleden tijd)

ikzoutte
jijzoutte
hij/zij/hetzoutte
wijzoutten
julliezoutten
zijzoutten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gezouten
jijhebt gezouten
hij/zij/hetheeft gezouten
wijhebben gezouten
julliehebben gezouten
zijhebben gezouten

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gezouten
jijhad gezouten
hij/zij/hethad gezouten
wijhadden gezouten
julliehadden gezouten
zijhadden gezouten

Futuro (toekomende tijd)

ikzal zouten
jijzult zouten
hij/zij/hetzal zouten
wijzullen zouten
julliezullen zouten
zijzullen zouten

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou zouten
jijzou zouten
hij/zij/hetzou zouten
wijzouden zouten
julliezouden zouten
zijzouden zouten

Practica zouten

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

zouten en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn vader de soep altijd te veel.

  2. Pasado

    Gisteren ik de aardappels niet genoeg.

  3. Pretérito perfecto

    Jij de groenten gisteravond niet .

  4. Presente

    Wij de frietjes pas aan tafel.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: zouten, zoutte, gezouten.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de zouten?

zoutte (ik, jij, hij/zij/het) y zoutten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de zouten?

gezouten, con hebben: ik heb gezouten.

¿El verbo zouten va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gezouten, hij heeft gezouten.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.