Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen
← Terug naar alle posts
DEEP
door Rick

Want of omdat? Allebei een reden, andere woordvolgorde

TL;DR

Na want volgt een hoofdzin: Ik blijf thuis, want ik ben ziek. Na omdat staan de werkwoorden achteraan: Ik blijf thuis, omdat ik ziek ben. Een bijzin met omdat kan vooraan staan (Omdat ik ziek ben, blijf ik thuis), een zin met want niet.

Want en omdat geven allebei een reden, en in de meeste zinnen kun je ze allebei gebruiken, als je de woordvolgorde goed doet. (Eén verschil: met want kun je ook een bewijs voor een conclusie geven, zoals in Hij is thuis, want het licht brandt. Omdat past daar niet.) Met de juiste woordvolgorde klinkt je Nederlands meteen vloeiender. Het helpt ook bij spreek- en schrijfopdrachten van het inburgeringsexamen en het Staatsexamen NT2 waarin je een reden moet geven of je mening moet toelichten.

Want or omdat?: Both mean because. The word order differs. want, omdat
Want or omdat? both mean because. the word order differs.

Want: normale woordvolgorde

Na want volgt een hoofdzin met de persoonsvorm op de tweede plaats. Vaak staat het onderwerp vooraan: Ik blijf thuis, want ik ben ziek. Een ander zinsdeel kan ook vooraan staan: Ik kom niet, want morgen moet ik werken.

Omdat: het werkwoord gaat naar het eind

Na omdat volgt een bijzin: het werkwoord staat achteraan. Ik blijf thuis, omdat ik ziek ben. Bij twee werkwoorden staan ze allebei achteraan: omdat ik nog moet werken.

Met wantMet omdat
Ik neem de trein, want ik heb geen auto.Ik neem de trein, omdat ik geen auto heb.
Ze is moe, want ze heeft slecht geslapen.Ze is moe, omdat ze slecht heeft geslapen.
Hij leert Nederlands, want hij woont in Utrecht.Hij leert Nederlands, omdat hij in Utrecht woont.
Ik kom later, want ik moet nog werken.Ik kom later, omdat ik nog moet werken.

Een bijzin met omdat kan vooraan

Omdat ik ziek ben, blijf ik thuis. De hele bijzin staat op de eerste plaats, dus daarna komt meteen het werkwoord blijf. Met want kan dat niet: Want ik ben ziek, blijf ik thuis is fout. Wel kan want een nieuwe zin beginnen die de vorige uitlegt: Ik blijf thuis. Want ik ben ziek.

Andere voegwoorden

Normale volgorde, zoals want: en, maar, of en want. Werkwoord achteraan, zoals omdat: dat, als, omdat, toen, terwijl, zodat, hoewel, voordat, nadat, wanneer en of (in de betekenis whether).

Examentip

Bij spreken en schrijven moet je vaak je mening geven met een reden. Gebruik allebei: Ik vind het een goed idee, want het is goedkoper. en Ik fiets naar mijn werk, omdat het gezond is.

Test jezelf

Maak de zin met omdat: 1. Ik ben blij, want het is weekend. 2. Ik bel je, want ik heb een vraag. 3. We gaan niet, want het regent.

Antwoorden: 1. Ik ben blij, omdat het weekend is. 2. Ik bel je, omdat ik een vraag heb. 3. We gaan niet, omdat het regent.

Bereid je je voor op het inburgeringsexamen of het Staatsexamen NT2? Kijk hoe we je voorbereiden op spreken en schrijven via NT2-examentraining online, of begin met de gratis niveautest.

Woordenschat

Tap each card to reveal the English meaning

Tap to revealwant
because (main clause word order)

“Ik ga slapen, want ik ben moe.”

I am going to bed, because I am tired.

Tap to revealomdat
because (verb at the end)

“Ik ga slapen, omdat ik moe ben.”

I am going to bed, because I am tired.

Tap to revealde reden
the reason

“Wat is de reden?”

What is the reason?

Veelgestelde vragen

What is the difference between want and omdat?

Both mean because. After want you use main clause word order; after omdat the verbs go to the end: want ik ben ziek, omdat ik ziek ben. Want can also give the evidence for a conclusion (Hij is thuis, want het licht brandt), where omdat does not fit.

Can you start a Dutch sentence with want?

Only as a new sentence that explains the one before: Ik blijf thuis. Want ik ben ziek. A want part cannot come before the main clause the way an omdat part can: Omdat ik ziek ben, blijf ik thuis is correct; Want ik ben ziek, blijf ik thuis is wrong.

Which Dutch words send the verb to the end?

Subordinating words such as dat, als, omdat, toen, terwijl, zodat, hoewel, voordat, nadat, wanneer and of (whether).

Is want or omdat better for the inburgering exam?

Both are correct. Using both, with the right word order, shows the examiner you can build Dutch sentences.

Stap voor stap.

Elke post is een kleine stap. De apps maken de volgende stap makkelijker.