Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Afbreken
afbreken = to break down, demolish
- Hele werkwoord
- afbreken
- Verleden tijd
- brak af · braken af
- Voltooide tijd
- heeft / is afgebroken
Kort antwoord
Afbreken is in het Engels to break down, demolish. Verleden tijd: brak af (enkelvoud) en braken af (meervoud). Voltooid deelwoord: afgebroken, met hebben / zijn: ik heb / ben afgebroken.
Oefen afbrekenTegenwoordige tijd
| ik | breek af |
| jij | breekt af |
| hij/zij/het | breekt af |
| wij | breken af |
| jullie | breken af |
| zij | breken af |
Verleden tijd
| ik | brak af |
| jij | brak af |
| hij/zij/het | brak af |
| wij | braken af |
| jullie | braken af |
| zij | braken af |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben afgebroken |
| jij | hebt / bent afgebroken |
| hij/zij/het | heeft / is afgebroken |
| wij | hebben / zijn afgebroken |
| jullie | hebben / zijn afgebroken |
| zij | hebben / zijn afgebroken |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was afgebroken |
| jij | had / was afgebroken |
| hij/zij/het | had / was afgebroken |
| wij | hadden / waren afgebroken |
| jullie | hadden / waren afgebroken |
| zij | hadden / waren afgebroken |
Toekomende tijd
| ik | zal afbreken |
| jij | zult afbreken |
| hij/zij/het | zal afbreken |
| wij | zullen afbreken |
| jullie | zullen afbreken |
| zij | zullen afbreken |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou afbreken |
| jij | zou afbreken |
| hij/zij/het | zou afbreken |
| wij | zouden afbreken |
| jullie | zouden afbreken |
| zij | zouden afbreken |
Afbreken is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik breek af). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik afbreek). Voltooid deelwoord: afgebroken.
| Hoofdzin | ik breek af |
| Vraag | breek jij af? |
| Bijzin | … dat ik afbreek |
| Met een modaal werkwoord | ik wil afbreken |
| Voltooide tijd | ik heb / ben afgebroken |
| Met om ... te | om af te breken |
| Gebiedende wijs | breek af! |
Oefen afbreken
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
afbreken in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: afbreken, brak af, afgebroken.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat af naar het eind: ik breek af. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik afbreek, ... dat ik afbrak.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: afgebroken.
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ze hebben het oude gebouw afgebroken. De tak is afgebroken.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van afbreken?
brak af (ik, jij, hij/zij/het) en braken af (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van afbreken?
afgebroken, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ze hebben het oude gebouw afgebroken. De tak is afgebroken.
Gebruik je afbreken met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ze hebben het oude gebouw afgebroken. De tak is afgebroken.
Is afbreken een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik breek af), in een bijzin blijft het vast (dat ik afbreek). Voltooid deelwoord: afgebroken.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.