Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Afleggen

afleggen = to cover, to die

Hele werkwoord
afleggen
Verleden tijd
legde af · legden af
Voltooide tijd
heeft afgelegd

Kort antwoord

Afleggen is in het Engels to cover, to die. Verleden tijd: legde af (enkelvoud) en legden af (meervoud). Voltooid deelwoord: afgelegd, met hebben: ik heb afgelegd.

Oefen afleggen

Tegenwoordige tijd

ikleg af
jijlegt af
hij/zij/hetlegt af
wijleggen af
jullieleggen af
zijleggen af

Verleden tijd

iklegde af
jijlegde af
hij/zij/hetlegde af
wijlegden af
jullielegden af
zijlegden af

Voltooide tijd

ikheb afgelegd
jijhebt afgelegd
hij/zij/hetheeft afgelegd
wijhebben afgelegd
julliehebben afgelegd
zijhebben afgelegd

Voltooid verleden tijd

ikhad afgelegd
jijhad afgelegd
hij/zij/hethad afgelegd
wijhadden afgelegd
julliehadden afgelegd
zijhadden afgelegd

Toekomende tijd

ikzal afleggen
jijzult afleggen
hij/zij/hetzal afleggen
wijzullen afleggen
julliezullen afleggen
zijzullen afleggen

Voorwaardelijke wijs

ikzou afleggen
jijzou afleggen
hij/zij/hetzou afleggen
wijzouden afleggen
julliezouden afleggen
zijzouden afleggen

Afleggen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik leg af). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik afleg). Voltooid deelwoord: afgelegd.

Hoofdzinik leg af
Vraagleg jij af?
Bijzin… dat ik afleg
Met een modaal werkwoordik wil afleggen
Voltooide tijdik heb afgelegd
Met om ... teom af te leggen
Gebiedende wijsleg af!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen afleggen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

afleggen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Wij elke dag tien kilometer op de fiets .

  2. Verleden tijd

    De wandelaars een lange afstand door de bergen .

  3. Tegenwoordige tijd

    Jij morgen je rijexamen .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is leg. In leggen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (legde, legden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (afgelegd).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat af naar het eind: ik leg af. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik afleg, ... dat ik aflegde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: afgelegd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van afleggen?

legde af (ik, jij, hij/zij/het) en legden af (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van afleggen?

afgelegd, met hebben: ik heb afgelegd.

Gebruik je afleggen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb afgelegd, hij heeft afgelegd.

Is afleggen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik leg af), in een bijzin blijft het vast (dat ik afleg). Voltooid deelwoord: afgelegd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.