Niveau B2 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Afleggen
afleggen = to cover, to die
- Hele werkwoord
- afleggen
- Verleden tijd
- legde af · legden af
- Voltooide tijd
- heeft afgelegd
Kort antwoord
Afleggen is in het Engels to cover, to die. Verleden tijd: legde af (enkelvoud) en legden af (meervoud). Voltooid deelwoord: afgelegd, met hebben: ik heb afgelegd.
Oefen afleggenTegenwoordige tijd
| ik | leg af |
| jij | legt af |
| hij/zij/het | legt af |
| wij | leggen af |
| jullie | leggen af |
| zij | leggen af |
Verleden tijd
| ik | legde af |
| jij | legde af |
| hij/zij/het | legde af |
| wij | legden af |
| jullie | legden af |
| zij | legden af |
Voltooide tijd
| ik | heb afgelegd |
| jij | hebt afgelegd |
| hij/zij/het | heeft afgelegd |
| wij | hebben afgelegd |
| jullie | hebben afgelegd |
| zij | hebben afgelegd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had afgelegd |
| jij | had afgelegd |
| hij/zij/het | had afgelegd |
| wij | hadden afgelegd |
| jullie | hadden afgelegd |
| zij | hadden afgelegd |
Toekomende tijd
| ik | zal afleggen |
| jij | zult afleggen |
| hij/zij/het | zal afleggen |
| wij | zullen afleggen |
| jullie | zullen afleggen |
| zij | zullen afleggen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou afleggen |
| jij | zou afleggen |
| hij/zij/het | zou afleggen |
| wij | zouden afleggen |
| jullie | zouden afleggen |
| zij | zouden afleggen |
Afleggen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik leg af). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik afleg). Voltooid deelwoord: afgelegd.
| Hoofdzin | ik leg af |
| Vraag | leg jij af? |
| Bijzin | … dat ik afleg |
| Met een modaal werkwoord | ik wil afleggen |
| Voltooide tijd | ik heb afgelegd |
| Met om ... te | om af te leggen |
| Gebiedende wijs | leg af! |
Oefen afleggen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
afleggen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is leg. In leggen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (legde, legden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (afgelegd).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat af naar het eind: ik leg af. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik afleg, ... dat ik aflegde.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: afgelegd.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van afleggen?
legde af (ik, jij, hij/zij/het) en legden af (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van afleggen?
afgelegd, met hebben: ik heb afgelegd.
Gebruik je afleggen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb afgelegd, hij heeft afgelegd.
Is afleggen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik leg af), in een bijzin blijft het vast (dat ik afleg). Voltooid deelwoord: afgelegd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.