Niveau A2 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Afrekenen
afrekenen = to pay the bill
- Hele werkwoord
- afrekenen
- Verleden tijd
- rekende af · rekenden af
- Voltooide tijd
- heeft afgerekend
Kort antwoord
Afrekenen is in het Engels to pay the bill. Verleden tijd: rekende af (enkelvoud) en rekenden af (meervoud). Voltooid deelwoord: afgerekend, met hebben: ik heb afgerekend.
Oefen afrekenenTegenwoordige tijd
| ik | reken af |
| jij | rekent af |
| hij/zij/het | rekent af |
| wij | rekenen af |
| jullie | rekenen af |
| zij | rekenen af |
Verleden tijd
| ik | rekende af |
| jij | rekende af |
| hij/zij/het | rekende af |
| wij | rekenden af |
| jullie | rekenden af |
| zij | rekenden af |
Voltooide tijd
| ik | heb afgerekend |
| jij | hebt afgerekend |
| hij/zij/het | heeft afgerekend |
| wij | hebben afgerekend |
| jullie | hebben afgerekend |
| zij | hebben afgerekend |
Voltooid verleden tijd
| ik | had afgerekend |
| jij | had afgerekend |
| hij/zij/het | had afgerekend |
| wij | hadden afgerekend |
| jullie | hadden afgerekend |
| zij | hadden afgerekend |
Toekomende tijd
| ik | zal afrekenen |
| jij | zult afrekenen |
| hij/zij/het | zal afrekenen |
| wij | zullen afrekenen |
| jullie | zullen afrekenen |
| zij | zullen afrekenen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou afrekenen |
| jij | zou afrekenen |
| hij/zij/het | zou afrekenen |
| wij | zouden afrekenen |
| jullie | zouden afrekenen |
| zij | zouden afrekenen |
Oefen afrekenen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
1 van 60 ✓
Tegenwoordige tijd
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is reken. In rekenen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (rekende, rekenden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (afgerekend).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat af naar het eind: ik reken af. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik afreken, ... dat ik afrekende.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: afgerekend.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van afrekenen?
rekende af (ik, jij, hij/zij/het) en rekenden af (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van afrekenen?
afgerekend, met hebben: ik heb afgerekend.
Gebruik je afrekenen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb afgerekend, hij heeft afgerekend.
Meer werkwoorden
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.