Level B1 · Regular
Annuleren conjugation
annuleren = to cancel
- Infinitive
- annuleren
- Past
- annuleerde · annuleerden
- Perfect
- heeft geannuleerd
Quick answer
Annuleren means to cancel. Past tense: annuleerde (singular) and annuleerden (plural). Past participle: geannuleerd, with hebben: ik heb geannuleerd.
Practise annulerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | annuleer |
| jij | annuleert |
| hij/zij/het | annuleert |
| wij | annuleren |
| jullie | annuleren |
| zij | annuleren |
Past (verleden tijd)
| ik | annuleerde |
| jij | annuleerde |
| hij/zij/het | annuleerde |
| wij | annuleerden |
| jullie | annuleerden |
| zij | annuleerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb geannuleerd |
| jij | hebt geannuleerd |
| hij/zij/het | heeft geannuleerd |
| wij | hebben geannuleerd |
| jullie | hebben geannuleerd |
| zij | hebben geannuleerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had geannuleerd |
| jij | had geannuleerd |
| hij/zij/het | had geannuleerd |
| wij | hadden geannuleerd |
| jullie | hadden geannuleerd |
| zij | hadden geannuleerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal annuleren |
| jij | zult annuleren |
| hij/zij/het | zal annuleren |
| wij | zullen annuleren |
| jullie | zullen annuleren |
| zij | zullen annuleren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou annuleren |
| jij | zou annuleren |
| hij/zij/het | zou annuleren |
| wij | zouden annuleren |
| jullie | zouden annuleren |
| zij | zouden annuleren |
Practise annuleren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is annuleer. The infinitive annuleren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (annuleerde, annuleerden) and the participle ends in -d (geannuleerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij annuleert, but annuleer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of annuleren?
annuleerde (ik, jij, hij/zij/het) and annuleerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of annuleren?
geannuleerd, with hebben: ik heb geannuleerd.
Is annuleren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb geannuleerd, hij heeft geannuleerd.
More verbs
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.