Level A2 · Irregular
Bakken conjugation
bakken = to bake, fry
- Infinitive
- bakken
- Past
- bakte · bakten
- Perfect
- heeft gebakken
Quick answer
Bakken means to bake, fry. Past tense: bakte (singular) and bakten (plural). Past participle: gebakken, with hebben: ik heb gebakken.
Practise bakkenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | bak |
| jij | bakt |
| hij/zij/het | bakt |
| wij | bakken |
| jullie | bakken |
| zij | bakken |
Past (verleden tijd)
| ik | bakte |
| jij | bakte |
| hij/zij/het | bakte |
| wij | bakten |
| jullie | bakten |
| zij | bakten |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gebakken |
| jij | hebt gebakken |
| hij/zij/het | heeft gebakken |
| wij | hebben gebakken |
| jullie | hebben gebakken |
| zij | hebben gebakken |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gebakken |
| jij | had gebakken |
| hij/zij/het | had gebakken |
| wij | hadden gebakken |
| jullie | hadden gebakken |
| zij | hadden gebakken |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal bakken |
| jij | zult bakken |
| hij/zij/het | zal bakken |
| wij | zullen bakken |
| jullie | zullen bakken |
| zij | zullen bakken |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou bakken |
| jij | zou bakken |
| hij/zij/het | zou bakken |
| wij | zouden bakken |
| jullie | zouden bakken |
| zij | zouden bakken |
Practise bakken
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: bakken, bakte, gebakken.
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij bakt, but bak jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of bakken?
bakte (ik, jij, hij/zij/het) and bakten (wij, jullie, zij).
What is the past participle of bakken?
gebakken, with hebben: ik heb gebakken.
Is bakken used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gebakken, hij heeft gebakken.
More verbs
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.