Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Afsluiten

afsluiten = to close, conclude

Hele werkwoord
afsluiten
Verleden tijd
sloot af · sloten af
Voltooide tijd
heeft afgesloten

Kort antwoord

Afsluiten is in het Engels to close, conclude. Verleden tijd: sloot af (enkelvoud) en sloten af (meervoud). Voltooid deelwoord: afgesloten, met hebben: ik heb afgesloten.

Oefen afsluiten

Tegenwoordige tijd

iksluit af
jijsluit af
hij/zij/hetsluit af
wijsluiten af
julliesluiten af
zijsluiten af

Verleden tijd

iksloot af
jijsloot af
hij/zij/hetsloot af
wijsloten af
julliesloten af
zijsloten af

Voltooide tijd

ikheb afgesloten
jijhebt afgesloten
hij/zij/hetheeft afgesloten
wijhebben afgesloten
julliehebben afgesloten
zijhebben afgesloten

Voltooid verleden tijd

ikhad afgesloten
jijhad afgesloten
hij/zij/hethad afgesloten
wijhadden afgesloten
julliehadden afgesloten
zijhadden afgesloten

Toekomende tijd

ikzal afsluiten
jijzult afsluiten
hij/zij/hetzal afsluiten
wijzullen afsluiten
julliezullen afsluiten
zijzullen afsluiten

Voorwaardelijke wijs

ikzou afsluiten
jijzou afsluiten
hij/zij/hetzou afsluiten
wijzouden afsluiten
julliezouden afsluiten
zijzouden afsluiten

Oefen afsluiten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: afsluiten, sloot af, afgesloten.
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat af naar het eind: ik sluit af. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik afsluit, ... dat ik afsloot.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: afgesloten.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van afsluiten?

sloot af (ik, jij, hij/zij/het) en sloten af (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van afsluiten?

afgesloten, met hebben: ik heb afgesloten.

Gebruik je afsluiten met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb afgesloten, hij heeft afgesloten.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.