Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Ballen

ballen = to play ball, clench

Hele werkwoord
ballen
Verleden tijd
balde · balden
Voltooide tijd
heeft gebald

Kort antwoord

Ballen is in het Engels to play ball, clench. Verleden tijd: balde (enkelvoud) en balden (meervoud). Voltooid deelwoord: gebald, met hebben: ik heb gebald.

Oefen ballen

Tegenwoordige tijd

ikbal
jijbalt
hij/zij/hetbalt
wijballen
jullieballen
zijballen

Verleden tijd

ikbalde
jijbalde
hij/zij/hetbalde
wijbalden
julliebalden
zijbalden

Voltooide tijd

ikheb gebald
jijhebt gebald
hij/zij/hetheeft gebald
wijhebben gebald
julliehebben gebald
zijhebben gebald

Voltooid verleden tijd

ikhad gebald
jijhad gebald
hij/zij/hethad gebald
wijhadden gebald
julliehadden gebald
zijhadden gebald

Toekomende tijd

ikzal ballen
jijzult ballen
hij/zij/hetzal ballen
wijzullen ballen
julliezullen ballen
zijzullen ballen

Voorwaardelijke wijs

ikzou ballen
jijzou ballen
hij/zij/hetzou ballen
wijzouden ballen
julliezouden ballen
zijzouden ballen

Oefen ballen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

ballen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Hij zijn vuisten van woede.

  2. Verleden tijd

    De jongen zijn vuist en keek boos naar zijn broer.

  3. Voltooide tijd

    Zij haar handen tot vuisten .

  4. Bijzin

    Ik zag dat jullie je vuisten toen de scheidsrechter floot.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is bal. In ballen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (balde, balden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gebald).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij balt, maar bal jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van ballen?

balde (ik, jij, hij/zij/het) en balden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van ballen?

gebald, met hebben: ik heb gebald.

Gebruik je ballen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gebald, hij heeft gebald.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.