Level B2 · Regular, separable
Aanmeren conjugation
aanmeren = to moor a boat
- Infinitive
- aanmeren
- Past
- meerde aan · meerden aan
- Perfect
- heeft / is aangemeerd
Quick answer
Aanmeren means to moor a boat. Past tense: meerde aan (singular) and meerden aan (plural). Past participle: aangemeerd, with hebben / zijn: ik heb / ben aangemeerd.
Practise aanmerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | meer aan |
| jij | meert aan |
| hij/zij/het | meert aan |
| wij | meren aan |
| jullie | meren aan |
| zij | meren aan |
Past (verleden tijd)
| ik | meerde aan |
| jij | meerde aan |
| hij/zij/het | meerde aan |
| wij | meerden aan |
| jullie | meerden aan |
| zij | meerden aan |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb / ben aangemeerd |
| jij | hebt / bent aangemeerd |
| hij/zij/het | heeft / is aangemeerd |
| wij | hebben / zijn aangemeerd |
| jullie | hebben / zijn aangemeerd |
| zij | hebben / zijn aangemeerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had / was aangemeerd |
| jij | had / was aangemeerd |
| hij/zij/het | had / was aangemeerd |
| wij | hadden / waren aangemeerd |
| jullie | hadden / waren aangemeerd |
| zij | hadden / waren aangemeerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal aanmeren |
| jij | zult aanmeren |
| hij/zij/het | zal aanmeren |
| wij | zullen aanmeren |
| jullie | zullen aanmeren |
| zij | zullen aanmeren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou aanmeren |
| jij | zou aanmeren |
| hij/zij/het | zou aanmeren |
| wij | zouden aanmeren |
| jullie | zouden aanmeren |
| zij | zouden aanmeren |
Aanmeren is a separable verb
In a main clause aan goes to the end (ik meer aan). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik aanmeer). Participle: aangemeerd.
| Main clause | ik meer aan |
| Question | meer jij aan? |
| Subordinate clause | … dat ik aanmeer |
| With a modal verb | ik wil aanmeren |
| Perfect tense | ik heb / ben aangemeerd |
| With om ... te | om aan te meren |
| Imperative | meer aan! |
Practise aanmeren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is meer. The infinitive meren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (meerde, meerden) and the participle ends in -d (aangemeerd).
- Separable verb. In a main clause the prefix aan goes to the end: ik meer aan. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik aanmeer, ... dat ik aanmeerde.
- In the participle, ge goes between the two parts: aangemeerd.
- Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. De kapitein heeft het schip aangemeerd. Het schip is om zes uur aangemeerd.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of aanmeren?
meerde aan (ik, jij, hij/zij/het) and meerden aan (wij, jullie, zij).
What is the past participle of aanmeren?
aangemeerd, with hebben or zijn depending on the meaning: De kapitein heeft het schip aangemeerd. Het schip is om zes uur aangemeerd.
Is aanmeren used with hebben or zijn?
Both, depending on the meaning: De kapitein heeft het schip aangemeerd. Het schip is om zes uur aangemeerd.
Is aanmeren a separable verb?
Yes. In a main clause aan goes to the end (ik meer aan), in a subordinate clause it stays attached (dat ik aanmeer). Participle: aangemeerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.