Niveau B1 · Regelmatig, niet scheidbaar
Vervoeging van Beleggen
beleggen = to spread on bread
- Hele werkwoord
- beleggen
- Verleden tijd
- belegde · belegden
- Voltooide tijd
- heeft belegd
Kort antwoord
Beleggen is in het Engels to spread on bread. Verleden tijd: belegde (enkelvoud) en belegden (meervoud). Voltooid deelwoord: belegd, met hebben: ik heb belegd.
Oefen beleggenTegenwoordige tijd
| ik | beleg |
| jij | belegt |
| hij/zij/het | belegt |
| wij | beleggen |
| jullie | beleggen |
| zij | beleggen |
Verleden tijd
| ik | belegde |
| jij | belegde |
| hij/zij/het | belegde |
| wij | belegden |
| jullie | belegden |
| zij | belegden |
Voltooide tijd
| ik | heb belegd |
| jij | hebt belegd |
| hij/zij/het | heeft belegd |
| wij | hebben belegd |
| jullie | hebben belegd |
| zij | hebben belegd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had belegd |
| jij | had belegd |
| hij/zij/het | had belegd |
| wij | hadden belegd |
| jullie | hadden belegd |
| zij | hadden belegd |
Toekomende tijd
| ik | zal beleggen |
| jij | zult beleggen |
| hij/zij/het | zal beleggen |
| wij | zullen beleggen |
| jullie | zullen beleggen |
| zij | zullen beleggen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou beleggen |
| jij | zou beleggen |
| hij/zij/het | zou beleggen |
| wij | zouden beleggen |
| jullie | zouden beleggen |
| zij | zouden beleggen |
Beleggen is niet scheidbaar
Het voorvoegsel be- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik beleg, dat ik beleg), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: belegd.
| Hoofdzin | ik beleg |
| Vraag | beleg jij? |
| Bijzin | … dat ik beleg |
| Met een modaal werkwoord | ik wil beleggen |
| Voltooide tijd | ik heb belegd |
| Met om ... te | om te beleggen |
| Gebiedende wijs | beleg! |
Oefen beleggen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
beleggen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is beleg. In beleggen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (belegde, belegden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (belegd).
- Werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, ont-, ver- of er- krijgen geen extra ge- in het voltooid deelwoord: belegd.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij belegt, maar beleg jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van beleggen?
belegde (ik, jij, hij/zij/het) en belegden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van beleggen?
belegd, met hebben: ik heb belegd.
Gebruik je beleggen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb belegd, hij heeft belegd.
Is beleggen een scheidbaar werkwoord?
Nee. Het voorvoegsel be- gaat bij beleggen nooit los (ik beleg, dat ik beleg), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: belegd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.