Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig, niet scheidbaar

Vervoeging van Beleggen

beleggen = to spread on bread

Hele werkwoord
beleggen
Verleden tijd
belegde · belegden
Voltooide tijd
heeft belegd

Kort antwoord

Beleggen is in het Engels to spread on bread. Verleden tijd: belegde (enkelvoud) en belegden (meervoud). Voltooid deelwoord: belegd, met hebben: ik heb belegd.

Oefen beleggen

Tegenwoordige tijd

ikbeleg
jijbelegt
hij/zij/hetbelegt
wijbeleggen
julliebeleggen
zijbeleggen

Verleden tijd

ikbelegde
jijbelegde
hij/zij/hetbelegde
wijbelegden
julliebelegden
zijbelegden

Voltooide tijd

ikheb belegd
jijhebt belegd
hij/zij/hetheeft belegd
wijhebben belegd
julliehebben belegd
zijhebben belegd

Voltooid verleden tijd

ikhad belegd
jijhad belegd
hij/zij/hethad belegd
wijhadden belegd
julliehadden belegd
zijhadden belegd

Toekomende tijd

ikzal beleggen
jijzult beleggen
hij/zij/hetzal beleggen
wijzullen beleggen
julliezullen beleggen
zijzullen beleggen

Voorwaardelijke wijs

ikzou beleggen
jijzou beleggen
hij/zij/hetzou beleggen
wijzouden beleggen
julliezouden beleggen
zijzouden beleggen

Beleggen is niet scheidbaar

Het voorvoegsel be- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik beleg, dat ik beleg), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: belegd.

Hoofdzinik beleg
Vraagbeleg jij?
Bijzin… dat ik beleg
Met een modaal werkwoordik wil beleggen
Voltooide tijdik heb belegd
Met om ... teom te beleggen
Gebiedende wijsbeleg!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen beleggen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

beleggen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik mijn boterham altijd met kaas.

  2. Verleden tijd

    Mijn vader gisteren de broodjes met ham.

  3. Voltooide tijd

    Zij de boterhammen voor de lunch al .

  4. Tegenwoordige tijd

    Wij de broodjes met kaas en tomaat.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is beleg. In beleggen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (belegde, belegden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (belegd).
  • Werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, ont-, ver- of er- krijgen geen extra ge- in het voltooid deelwoord: belegd.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij belegt, maar beleg jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van beleggen?

belegde (ik, jij, hij/zij/het) en belegden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van beleggen?

belegd, met hebben: ik heb belegd.

Gebruik je beleggen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb belegd, hij heeft belegd.

Is beleggen een scheidbaar werkwoord?

Nee. Het voorvoegsel be- gaat bij beleggen nooit los (ik beleg, dat ik beleg), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: belegd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.