Niveau B1 · Onregelmatig, niet scheidbaar
Vervoeging van Bewijzen
bewijzen = to prove, to do
- Hele werkwoord
- bewijzen
- Verleden tijd
- bewees · bewezen
- Voltooide tijd
- heeft bewezen
Kort antwoord
Bewijzen is in het Engels to prove, to do. Verleden tijd: bewees (enkelvoud) en bewezen (meervoud). Voltooid deelwoord: bewezen, met hebben: ik heb bewezen.
Oefen bewijzenTegenwoordige tijd
| ik | bewijs |
| jij | bewijst |
| hij/zij/het | bewijst |
| wij | bewijzen |
| jullie | bewijzen |
| zij | bewijzen |
Verleden tijd
| ik | bewees |
| jij | bewees |
| hij/zij/het | bewees |
| wij | bewezen |
| jullie | bewezen |
| zij | bewezen |
Voltooide tijd
| ik | heb bewezen |
| jij | hebt bewezen |
| hij/zij/het | heeft bewezen |
| wij | hebben bewezen |
| jullie | hebben bewezen |
| zij | hebben bewezen |
Voltooid verleden tijd
| ik | had bewezen |
| jij | had bewezen |
| hij/zij/het | had bewezen |
| wij | hadden bewezen |
| jullie | hadden bewezen |
| zij | hadden bewezen |
Toekomende tijd
| ik | zal bewijzen |
| jij | zult bewijzen |
| hij/zij/het | zal bewijzen |
| wij | zullen bewijzen |
| jullie | zullen bewijzen |
| zij | zullen bewijzen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou bewijzen |
| jij | zou bewijzen |
| hij/zij/het | zou bewijzen |
| wij | zouden bewijzen |
| jullie | zouden bewijzen |
| zij | zouden bewijzen |
Bewijzen is niet scheidbaar
Het voorvoegsel be- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik bewijs, dat ik bewijs), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: bewezen.
| Hoofdzin | ik bewijs |
| Vraag | bewijs jij? |
| Bijzin | … dat ik bewijs |
| Met een modaal werkwoord | ik wil bewijzen |
| Voltooide tijd | ik heb bewezen |
| Met om ... te | om te bewijzen |
| Gebiedende wijs | bewijs! |
Oefen bewijzen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
bewijzen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: bewijzen, bewees, bewezen.
- Werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, ont-, ver- of er- krijgen geen extra ge- in het voltooid deelwoord: bewezen.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij bewijst, maar bewijs jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van bewijzen?
bewees (ik, jij, hij/zij/het) en bewezen (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van bewijzen?
bewezen, met hebben: ik heb bewezen.
Gebruik je bewijzen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb bewezen, hij heeft bewezen.
Is bewijzen een scheidbaar werkwoord?
Nee. Het voorvoegsel be- gaat bij bewijzen nooit los (ik bewijs, dat ik bewijs), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: bewezen.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.