Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Cirkelen

cirkelen = to circle

Hele werkwoord
cirkelen
Verleden tijd
cirkelde · cirkelden
Voltooide tijd
heeft gecirkeld

Kort antwoord

Cirkelen is in het Engels to circle. Verleden tijd: cirkelde (enkelvoud) en cirkelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gecirkeld, met hebben: ik heb gecirkeld.

Oefen cirkelen

Tegenwoordige tijd

ikcirkel
jijcirkelt
hij/zij/hetcirkelt
wijcirkelen
julliecirkelen
zijcirkelen

Verleden tijd

ikcirkelde
jijcirkelde
hij/zij/hetcirkelde
wijcirkelden
julliecirkelden
zijcirkelden

Voltooide tijd

ikheb gecirkeld
jijhebt gecirkeld
hij/zij/hetheeft gecirkeld
wijhebben gecirkeld
julliehebben gecirkeld
zijhebben gecirkeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gecirkeld
jijhad gecirkeld
hij/zij/hethad gecirkeld
wijhadden gecirkeld
julliehadden gecirkeld
zijhadden gecirkeld

Toekomende tijd

ikzal cirkelen
jijzult cirkelen
hij/zij/hetzal cirkelen
wijzullen cirkelen
julliezullen cirkelen
zijzullen cirkelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou cirkelen
jijzou cirkelen
hij/zij/hetzou cirkelen
wijzouden cirkelen
julliezouden cirkelen
zijzouden cirkelen

Oefen cirkelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

cirkelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De vogels hoog boven het meer.

  2. Verleden tijd

    Het vliegtuig lang boven de stad.

  3. Voltooide tijd

    De arend een uur boven de bergen .

  4. Bijzin

    Wij keken omhoog toen de helikopter boven het huis .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is cirkel. In cirkelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (cirkelde, cirkelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gecirkeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij cirkelt, maar cirkel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van cirkelen?

cirkelde (ik, jij, hij/zij/het) en cirkelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van cirkelen?

gecirkeld, met hebben: ik heb gecirkeld.

Gebruik je cirkelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gecirkeld, hij heeft gecirkeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.