Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular, separable

Aanwakkeren conjugation

aanwakkeren = to fan, stir up

Infinitive
aanwakkeren
Past
wakkerde aan · wakkerden aan
Perfect
heeft aangewakkerd

Quick answer

Aanwakkeren means to fan, stir up. Past tense: wakkerde aan (singular) and wakkerden aan (plural). Past participle: aangewakkerd, with hebben: ik heb aangewakkerd.

Practise aanwakkeren

Present (tegenwoordige tijd)

ikwakker aan
jijwakkert aan
hij/zij/hetwakkert aan
wijwakkeren aan
julliewakkeren aan
zijwakkeren aan

Past (verleden tijd)

ikwakkerde aan
jijwakkerde aan
hij/zij/hetwakkerde aan
wijwakkerden aan
julliewakkerden aan
zijwakkerden aan

Perfect (voltooide tijd)

ikheb aangewakkerd
jijhebt aangewakkerd
hij/zij/hetheeft aangewakkerd
wijhebben aangewakkerd
julliehebben aangewakkerd
zijhebben aangewakkerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad aangewakkerd
jijhad aangewakkerd
hij/zij/hethad aangewakkerd
wijhadden aangewakkerd
julliehadden aangewakkerd
zijhadden aangewakkerd

Future (toekomende tijd)

ikzal aanwakkeren
jijzult aanwakkeren
hij/zij/hetzal aanwakkeren
wijzullen aanwakkeren
julliezullen aanwakkeren
zijzullen aanwakkeren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aanwakkeren
jijzou aanwakkeren
hij/zij/hetzou aanwakkeren
wijzouden aanwakkeren
julliezouden aanwakkeren
zijzouden aanwakkeren

Aanwakkeren is a separable verb

In a main clause aan goes to the end (ik wakker aan). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik aanwakker). Participle: aangewakkerd.

Main clauseik wakker aan
Questionwakker jij aan?
Subordinate clause… dat ik aanwakker
With a modal verbik wil aanwakkeren
Perfect tenseik heb aangewakkerd
With om ... teom aan te wakkeren
Imperativewakker aan!

Separable verbs: rules and checker

Practise aanwakkeren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is wakker. The infinitive wakkeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (wakkerde, wakkerden) and the participle ends in -d (aangewakkerd).
  • Separable verb. In a main clause the prefix aan goes to the end: ik wakker aan. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik aanwakker, ... dat ik aanwakkerde.
  • In the participle, ge goes between the two parts: aangewakkerd.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of aanwakkeren?

wakkerde aan (ik, jij, hij/zij/het) and wakkerden aan (wij, jullie, zij).

What is the past participle of aanwakkeren?

aangewakkerd, with hebben: ik heb aangewakkerd.

Is aanwakkeren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb aangewakkerd, hij heeft aangewakkerd.

Is aanwakkeren a separable verb?

Yes. In a main clause aan goes to the end (ik wakker aan), in a subordinate clause it stays attached (dat ik aanwakker). Participle: aangewakkerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.