Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Crashen

crashen = to crash

Hele werkwoord
crashen
Verleden tijd
crashte · crashten
Voltooide tijd
heeft / is gecrasht

Kort antwoord

Crashen is in het Engels to crash. Verleden tijd: crashte (enkelvoud) en crashten (meervoud). Voltooid deelwoord: gecrasht, met hebben / zijn: ik heb / ben gecrasht.

Oefen crashen

Tegenwoordige tijd

ikcrash
jijcrasht
hij/zij/hetcrasht
wijcrashen
julliecrashen
zijcrashen

Verleden tijd

ikcrashte
jijcrashte
hij/zij/hetcrashte
wijcrashten
julliecrashten
zijcrashten

Voltooide tijd

ikheb / ben gecrasht
jijhebt / bent gecrasht
hij/zij/hetheeft / is gecrasht
wijhebben / zijn gecrasht
julliehebben / zijn gecrasht
zijhebben / zijn gecrasht

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gecrasht
jijhad / was gecrasht
hij/zij/hethad / was gecrasht
wijhadden / waren gecrasht
julliehadden / waren gecrasht
zijhadden / waren gecrasht

Toekomende tijd

ikzal crashen
jijzult crashen
hij/zij/hetzal crashen
wijzullen crashen
julliezullen crashen
zijzullen crashen

Voorwaardelijke wijs

ikzou crashen
jijzou crashen
hij/zij/hetzou crashen
wijzouden crashen
julliezouden crashen
zijzouden crashen

Oefen crashen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

crashen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn telefoon de hele tijd als ik die app open.

  2. Verleden tijd

    Het vliegtuigje in een veld naast de weg.

  3. Voltooide tijd

    De bestuurder met zijn auto tegen een muur .

  4. Bijzin

    Ik raakte mijn werk kwijt omdat de computer .

Zo werkt dit werkwoord

  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij crasht, maar crash jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Mijn computer heeft vanochtend twee keer gecrasht. De auto is tegen een boom gecrasht.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van crashen?

crashte (ik, jij, hij/zij/het) en crashten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van crashen?

gecrasht, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Mijn computer heeft vanochtend twee keer gecrasht. De auto is tegen een boom gecrasht.

Gebruik je crashen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Mijn computer heeft vanochtend twee keer gecrasht. De auto is tegen een boom gecrasht.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.