Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Druppelen conjugation

druppelen = to drip

Infinitive
druppelen
Past
druppelde · druppelden
Perfect
heeft / is gedruppeld

Quick answer

Druppelen means to drip. Past tense: druppelde (singular) and druppelden (plural). Past participle: gedruppeld, with hebben / zijn: ik heb / ben gedruppeld.

Practise druppelen

Present (tegenwoordige tijd)

ikdruppel
jijdruppelt
hij/zij/hetdruppelt
wijdruppelen
julliedruppelen
zijdruppelen

Past (verleden tijd)

ikdruppelde
jijdruppelde
hij/zij/hetdruppelde
wijdruppelden
julliedruppelden
zijdruppelden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb / ben gedruppeld
jijhebt / bent gedruppeld
hij/zij/hetheeft / is gedruppeld
wijhebben / zijn gedruppeld
julliehebben / zijn gedruppeld
zijhebben / zijn gedruppeld

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad / was gedruppeld
jijhad / was gedruppeld
hij/zij/hethad / was gedruppeld
wijhadden / waren gedruppeld
julliehadden / waren gedruppeld
zijhadden / waren gedruppeld

Future (toekomende tijd)

ikzal druppelen
jijzult druppelen
hij/zij/hetzal druppelen
wijzullen druppelen
julliezullen druppelen
zijzullen druppelen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou druppelen
jijzou druppelen
hij/zij/hetzou druppelen
wijzouden druppelen
julliezouden druppelen
zijzouden druppelen

Practise druppelen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is druppel. The infinitive druppelen has l before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (druppelde, druppelden) and the participle ends in -d (gedruppeld).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij druppelt, but druppel jij?
  • Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. De kraan heeft de hele nacht gedruppeld. Het water is van het plafond op de vloer gedruppeld.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of druppelen?

druppelde (ik, jij, hij/zij/het) and druppelden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of druppelen?

gedruppeld, with hebben or zijn depending on the meaning: De kraan heeft de hele nacht gedruppeld. Het water is van het plafond op de vloer gedruppeld.

Is druppelen used with hebben or zijn?

Both, depending on the meaning: De kraan heeft de hele nacht gedruppeld. Het water is van het plafond op de vloer gedruppeld.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.