Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Dampen

dampen = to give off steam

Hele werkwoord
dampen
Verleden tijd
dampte · dampten
Voltooide tijd
heeft gedampt

Kort antwoord

Dampen is in het Engels to give off steam. Verleden tijd: dampte (enkelvoud) en dampten (meervoud). Voltooid deelwoord: gedampt, met hebben: ik heb gedampt.

Oefen dampen

Tegenwoordige tijd

ikdamp
jijdampt
hij/zij/hetdampt
wijdampen
julliedampen
zijdampen

Verleden tijd

ikdampte
jijdampte
hij/zij/hetdampte
wijdampten
julliedampten
zijdampten

Voltooide tijd

ikheb gedampt
jijhebt gedampt
hij/zij/hetheeft gedampt
wijhebben gedampt
julliehebben gedampt
zijhebben gedampt

Voltooid verleden tijd

ikhad gedampt
jijhad gedampt
hij/zij/hethad gedampt
wijhadden gedampt
julliehadden gedampt
zijhadden gedampt

Toekomende tijd

ikzal dampen
jijzult dampen
hij/zij/hetzal dampen
wijzullen dampen
julliezullen dampen
zijzullen dampen

Voorwaardelijke wijs

ikzou dampen
jijzou dampen
hij/zij/hetzou dampen
wijzouden dampen
julliezouden dampen
zijzouden dampen

Oefen dampen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

dampen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De soep nog op tafel, dus pas op dat je je tong niet brandt.

  2. Voltooide tijd

    De koffie de hele ochtend op mijn bureau.

  3. Bijzin

    Toen wij de deur openden, de pan nog steeds op het fornuis.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is damp. In dampen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (dampte, dampten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gedampt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij dampt, maar damp jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van dampen?

dampte (ik, jij, hij/zij/het) en dampten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van dampen?

gedampt, met hebben: ik heb gedampt.

Gebruik je dampen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gedampt, hij heeft gedampt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.