Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Dwalen

dwalen = to wander, to stray

Hele werkwoord
dwalen
Verleden tijd
dwaalde · dwaalden
Voltooide tijd
heeft / is gedwaald

Kort antwoord

Dwalen is in het Engels to wander, to stray. Verleden tijd: dwaalde (enkelvoud) en dwaalden (meervoud). Voltooid deelwoord: gedwaald, met hebben / zijn: ik heb / ben gedwaald.

Oefen dwalen

Tegenwoordige tijd

ikdwaal
jijdwaalt
hij/zij/hetdwaalt
wijdwalen
julliedwalen
zijdwalen

Verleden tijd

ikdwaalde
jijdwaalde
hij/zij/hetdwaalde
wijdwaalden
julliedwaalden
zijdwaalden

Voltooide tijd

ikheb / ben gedwaald
jijhebt / bent gedwaald
hij/zij/hetheeft / is gedwaald
wijhebben / zijn gedwaald
julliehebben / zijn gedwaald
zijhebben / zijn gedwaald

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gedwaald
jijhad / was gedwaald
hij/zij/hethad / was gedwaald
wijhadden / waren gedwaald
julliehadden / waren gedwaald
zijhadden / waren gedwaald

Toekomende tijd

ikzal dwalen
jijzult dwalen
hij/zij/hetzal dwalen
wijzullen dwalen
julliezullen dwalen
zijzullen dwalen

Voorwaardelijke wijs

ikzou dwalen
jijzou dwalen
hij/zij/hetzou dwalen
wijzouden dwalen
julliezouden dwalen
zijzouden dwalen

Oefen dwalen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

dwalen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De toeristen de hele dag door de oude stad.

  2. Verleden tijd

    Het kleine meisje alleen door het grote park.

  3. Voltooide tijd

    Wij urenlang door het donkere bos .

  4. Bijzin

    Hij vond zijn hotel niet terug omdat hij zonder kaart door de stad .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is dwaal. In dwalen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (dwaalde, dwaalden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gedwaald).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij dwaalt, maar dwaal jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. We hebben urenlang door de stad gedwaald. Hij is naar de rand van het bos gedwaald.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van dwalen?

dwaalde (ik, jij, hij/zij/het) en dwaalden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van dwalen?

gedwaald, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: We hebben urenlang door de stad gedwaald. Hij is naar de rand van het bos gedwaald.

Gebruik je dwalen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: We hebben urenlang door de stad gedwaald. Hij is naar de rand van het bos gedwaald.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.