Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Dwarrelen

dwarrelen = to flutter

Hele werkwoord
dwarrelen
Verleden tijd
dwarrelde · dwarrelden
Voltooide tijd
heeft / is gedwarreld

Kort antwoord

Dwarrelen is in het Engels to flutter. Verleden tijd: dwarrelde (enkelvoud) en dwarrelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gedwarreld, met hebben / zijn: ik heb / ben gedwarreld.

Oefen dwarrelen

Tegenwoordige tijd

ikdwarrel
jijdwarrelt
hij/zij/hetdwarrelt
wijdwarrelen
julliedwarrelen
zijdwarrelen

Verleden tijd

ikdwarrelde
jijdwarrelde
hij/zij/hetdwarrelde
wijdwarrelden
julliedwarrelden
zijdwarrelden

Voltooide tijd

ikheb / ben gedwarreld
jijhebt / bent gedwarreld
hij/zij/hetheeft / is gedwarreld
wijhebben / zijn gedwarreld
julliehebben / zijn gedwarreld
zijhebben / zijn gedwarreld

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gedwarreld
jijhad / was gedwarreld
hij/zij/hethad / was gedwarreld
wijhadden / waren gedwarreld
julliehadden / waren gedwarreld
zijhadden / waren gedwarreld

Toekomende tijd

ikzal dwarrelen
jijzult dwarrelen
hij/zij/hetzal dwarrelen
wijzullen dwarrelen
julliezullen dwarrelen
zijzullen dwarrelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou dwarrelen
jijzou dwarrelen
hij/zij/hetzou dwarrelen
wijzouden dwarrelen
julliezouden dwarrelen
zijzouden dwarrelen

Oefen dwarrelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

dwarrelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De sneeuwvlokken zachtjes naar beneden.

  2. Verleden tijd

    De blaadjes langzaam door de lucht.

  3. Voltooide tijd

    De veertjes naar beneden .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is dwarrel. In dwarrelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (dwarrelde, dwarrelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gedwarreld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij dwarrelt, maar dwarrel jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. De bladeren hebben door de lucht gedwarreld. De bladeren zijn naar beneden gedwarreld.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van dwarrelen?

dwarrelde (ik, jij, hij/zij/het) en dwarrelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van dwarrelen?

gedwarreld, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: De bladeren hebben door de lucht gedwarreld. De bladeren zijn naar beneden gedwarreld.

Gebruik je dwarrelen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: De bladeren hebben door de lucht gedwarreld. De bladeren zijn naar beneden gedwarreld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.