Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Dwarrelen
dwarrelen = to flutter
- Hele werkwoord
- dwarrelen
- Verleden tijd
- dwarrelde · dwarrelden
- Voltooide tijd
- heeft / is gedwarreld
Kort antwoord
Dwarrelen is in het Engels to flutter. Verleden tijd: dwarrelde (enkelvoud) en dwarrelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gedwarreld, met hebben / zijn: ik heb / ben gedwarreld.
Oefen dwarrelenTegenwoordige tijd
| ik | dwarrel |
| jij | dwarrelt |
| hij/zij/het | dwarrelt |
| wij | dwarrelen |
| jullie | dwarrelen |
| zij | dwarrelen |
Verleden tijd
| ik | dwarrelde |
| jij | dwarrelde |
| hij/zij/het | dwarrelde |
| wij | dwarrelden |
| jullie | dwarrelden |
| zij | dwarrelden |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben gedwarreld |
| jij | hebt / bent gedwarreld |
| hij/zij/het | heeft / is gedwarreld |
| wij | hebben / zijn gedwarreld |
| jullie | hebben / zijn gedwarreld |
| zij | hebben / zijn gedwarreld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was gedwarreld |
| jij | had / was gedwarreld |
| hij/zij/het | had / was gedwarreld |
| wij | hadden / waren gedwarreld |
| jullie | hadden / waren gedwarreld |
| zij | hadden / waren gedwarreld |
Toekomende tijd
| ik | zal dwarrelen |
| jij | zult dwarrelen |
| hij/zij/het | zal dwarrelen |
| wij | zullen dwarrelen |
| jullie | zullen dwarrelen |
| zij | zullen dwarrelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou dwarrelen |
| jij | zou dwarrelen |
| hij/zij/het | zou dwarrelen |
| wij | zouden dwarrelen |
| jullie | zouden dwarrelen |
| zij | zouden dwarrelen |
Oefen dwarrelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
dwarrelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is dwarrel. In dwarrelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (dwarrelde, dwarrelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gedwarreld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij dwarrelt, maar dwarrel jij?
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. De bladeren hebben door de lucht gedwarreld. De bladeren zijn naar beneden gedwarreld.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van dwarrelen?
dwarrelde (ik, jij, hij/zij/het) en dwarrelden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van dwarrelen?
gedwarreld, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: De bladeren hebben door de lucht gedwarreld. De bladeren zijn naar beneden gedwarreld.
Gebruik je dwarrelen met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: De bladeren hebben door de lucht gedwarreld. De bladeren zijn naar beneden gedwarreld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.