Level B2 · Regular
Tolereren conjugation
tolereren = to tolerate
- Infinitive
- tolereren
- Past
- tolereerde · tolereerden
- Perfect
- heeft getolereerd
Quick answer
Tolereren means to tolerate. Past tense: tolereerde (singular) and tolereerden (plural). Past participle: getolereerd, with hebben: ik heb getolereerd.
Practise tolererenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | tolereer |
| jij | tolereert |
| hij/zij/het | tolereert |
| wij | tolereren |
| jullie | tolereren |
| zij | tolereren |
Past (verleden tijd)
| ik | tolereerde |
| jij | tolereerde |
| hij/zij/het | tolereerde |
| wij | tolereerden |
| jullie | tolereerden |
| zij | tolereerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb getolereerd |
| jij | hebt getolereerd |
| hij/zij/het | heeft getolereerd |
| wij | hebben getolereerd |
| jullie | hebben getolereerd |
| zij | hebben getolereerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had getolereerd |
| jij | had getolereerd |
| hij/zij/het | had getolereerd |
| wij | hadden getolereerd |
| jullie | hadden getolereerd |
| zij | hadden getolereerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal tolereren |
| jij | zult tolereren |
| hij/zij/het | zal tolereren |
| wij | zullen tolereren |
| jullie | zullen tolereren |
| zij | zullen tolereren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou tolereren |
| jij | zou tolereren |
| hij/zij/het | zou tolereren |
| wij | zouden tolereren |
| jullie | zouden tolereren |
| zij | zouden tolereren |
Practise tolereren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is tolereer. The infinitive tolereren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (tolereerde, tolereerden) and the participle ends in -d (getolereerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij tolereert, but tolereer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of tolereren?
tolereerde (ik, jij, hij/zij/het) and tolereerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of tolereren?
getolereerd, with hebben: ik heb getolereerd.
Is tolereren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb getolereerd, hij heeft getolereerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.