Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Escaleren

escaleren = to escalate

Hele werkwoord
escaleren
Verleden tijd
escaleerde · escaleerden
Voltooide tijd
is geëscaleerd

Kort antwoord

Escaleren is in het Engels to escalate. Verleden tijd: escaleerde (enkelvoud) en escaleerden (meervoud). Voltooid deelwoord: geëscaleerd, met zijn: ik ben geëscaleerd.

Oefen escaleren

Tegenwoordige tijd

ikescaleer
jijescaleert
hij/zij/hetescaleert
wijescaleren
jullieescaleren
zijescaleren

Verleden tijd

ikescaleerde
jijescaleerde
hij/zij/hetescaleerde
wijescaleerden
jullieescaleerden
zijescaleerden

Voltooide tijd

ikben geëscaleerd
jijbent geëscaleerd
hij/zij/hetis geëscaleerd
wijzijn geëscaleerd
julliezijn geëscaleerd
zijzijn geëscaleerd

Voltooid verleden tijd

ikwas geëscaleerd
jijwas geëscaleerd
hij/zij/hetwas geëscaleerd
wijwaren geëscaleerd
julliewaren geëscaleerd
zijwaren geëscaleerd

Toekomende tijd

ikzal escaleren
jijzult escaleren
hij/zij/hetzal escaleren
wijzullen escaleren
julliezullen escaleren
zijzullen escaleren

Voorwaardelijke wijs

ikzou escaleren
jijzou escaleren
hij/zij/hetzou escaleren
wijzouden escaleren
julliezouden escaleren
zijzouden escaleren

Oefen escaleren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

escaleren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De discussie snel als jullie zo blijven schreeuwen.

  2. Verleden tijd

    Het conflict tussen de buren vorig jaar steeds verder.

  3. Voltooide tijd

    De ruzie gisteren volledig .

  4. Bijzin

    De leraar greep in omdat de situatie in de klas dreigde te .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is escaleer. In escaleren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (escaleerde, escaleerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geëscaleerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij escaleert, maar escaleer jij?
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben geëscaleerd, niet ik heb geëscaleerd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van escaleren?

escaleerde (ik, jij, hij/zij/het) en escaleerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van escaleren?

geëscaleerd, met zijn: ik ben geëscaleerd.

Gebruik je escaleren met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben geëscaleerd, hij is geëscaleerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.