Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Escaleren
escaleren = to escalate
- Hele werkwoord
- escaleren
- Verleden tijd
- escaleerde · escaleerden
- Voltooide tijd
- is geëscaleerd
Kort antwoord
Escaleren is in het Engels to escalate. Verleden tijd: escaleerde (enkelvoud) en escaleerden (meervoud). Voltooid deelwoord: geëscaleerd, met zijn: ik ben geëscaleerd.
Oefen escalerenTegenwoordige tijd
| ik | escaleer |
| jij | escaleert |
| hij/zij/het | escaleert |
| wij | escaleren |
| jullie | escaleren |
| zij | escaleren |
Verleden tijd
| ik | escaleerde |
| jij | escaleerde |
| hij/zij/het | escaleerde |
| wij | escaleerden |
| jullie | escaleerden |
| zij | escaleerden |
Voltooide tijd
| ik | ben geëscaleerd |
| jij | bent geëscaleerd |
| hij/zij/het | is geëscaleerd |
| wij | zijn geëscaleerd |
| jullie | zijn geëscaleerd |
| zij | zijn geëscaleerd |
Voltooid verleden tijd
| ik | was geëscaleerd |
| jij | was geëscaleerd |
| hij/zij/het | was geëscaleerd |
| wij | waren geëscaleerd |
| jullie | waren geëscaleerd |
| zij | waren geëscaleerd |
Toekomende tijd
| ik | zal escaleren |
| jij | zult escaleren |
| hij/zij/het | zal escaleren |
| wij | zullen escaleren |
| jullie | zullen escaleren |
| zij | zullen escaleren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou escaleren |
| jij | zou escaleren |
| hij/zij/het | zou escaleren |
| wij | zouden escaleren |
| jullie | zouden escaleren |
| zij | zouden escaleren |
Oefen escaleren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
escaleren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is escaleer. In escaleren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (escaleerde, escaleerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geëscaleerd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij escaleert, maar escaleer jij?
- Voltooide tijd met zijn: ik ben geëscaleerd, niet ik heb geëscaleerd.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van escaleren?
escaleerde (ik, jij, hij/zij/het) en escaleerden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van escaleren?
geëscaleerd, met zijn: ik ben geëscaleerd.
Gebruik je escaleren met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben geëscaleerd, hij is geëscaleerd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.