Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Filteren

filteren = to filter

Hele werkwoord
filteren
Verleden tijd
filterde · filterden
Voltooide tijd
heeft gefilterd

Kort antwoord

Filteren is in het Engels to filter. Verleden tijd: filterde (enkelvoud) en filterden (meervoud). Voltooid deelwoord: gefilterd, met hebben: ik heb gefilterd.

Oefen filteren

Tegenwoordige tijd

ikfilter
jijfiltert
hij/zij/hetfiltert
wijfilteren
julliefilteren
zijfilteren

Verleden tijd

ikfilterde
jijfilterde
hij/zij/hetfilterde
wijfilterden
julliefilterden
zijfilterden

Voltooide tijd

ikheb gefilterd
jijhebt gefilterd
hij/zij/hetheeft gefilterd
wijhebben gefilterd
julliehebben gefilterd
zijhebben gefilterd

Voltooid verleden tijd

ikhad gefilterd
jijhad gefilterd
hij/zij/hethad gefilterd
wijhadden gefilterd
julliehadden gefilterd
zijhadden gefilterd

Toekomende tijd

ikzal filteren
jijzult filteren
hij/zij/hetzal filteren
wijzullen filteren
julliezullen filteren
zijzullen filteren

Voorwaardelijke wijs

ikzou filteren
jijzou filteren
hij/zij/hetzou filteren
wijzouden filteren
julliezouden filteren
zijzouden filteren

Oefen filteren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

filteren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Jij de e-mails zodat je alleen belangrijke berichten ziet.

  2. Verleden tijd

    Gisteren hij het water voordat hij het dronk.

  3. Voltooide tijd

    Wij de vragen en de beste gekozen.

  4. Bijzin

    Ze gebruikt een apparaat dat het vuil uit het water .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is filter. In filteren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (filterde, filterden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gefilterd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij filtert, maar filter jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van filteren?

filterde (ik, jij, hij/zij/het) en filterden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van filteren?

gefilterd, met hebben: ik heb gefilterd.

Gebruik je filteren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gefilterd, hij heeft gefilterd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.