Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A1 · Regelmatig, niet scheidbaar

Vervoeging van Gebruiken

gebruiken = to use

Hele werkwoord
gebruiken
Verleden tijd
gebruikte · gebruikten
Voltooide tijd
heeft gebruikt

Kort antwoord

Gebruiken is in het Engels to use. Verleden tijd: gebruikte (enkelvoud) en gebruikten (meervoud). Voltooid deelwoord: gebruikt, met hebben: ik heb gebruikt.

Oefen gebruiken

Tegenwoordige tijd

ikgebruik
jijgebruikt
hij/zij/hetgebruikt
wijgebruiken
julliegebruiken
zijgebruiken

Verleden tijd

ikgebruikte
jijgebruikte
hij/zij/hetgebruikte
wijgebruikten
julliegebruikten
zijgebruikten

Voltooide tijd

ikheb gebruikt
jijhebt gebruikt
hij/zij/hetheeft gebruikt
wijhebben gebruikt
julliehebben gebruikt
zijhebben gebruikt

Voltooid verleden tijd

ikhad gebruikt
jijhad gebruikt
hij/zij/hethad gebruikt
wijhadden gebruikt
julliehadden gebruikt
zijhadden gebruikt

Toekomende tijd

ikzal gebruiken
jijzult gebruiken
hij/zij/hetzal gebruiken
wijzullen gebruiken
julliezullen gebruiken
zijzullen gebruiken

Voorwaardelijke wijs

ikzou gebruiken
jijzou gebruiken
hij/zij/hetzou gebruiken
wijzouden gebruiken
julliezouden gebruiken
zijzouden gebruiken

Gebruiken is niet scheidbaar

Het voorvoegsel ge- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik gebruik, dat ik gebruik), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: gebruikt.

Hoofdzinik gebruik
Vraaggebruik jij?
Bijzin… dat ik gebruik
Met een modaal werkwoordik wil gebruiken
Voltooide tijdik heb gebruikt
Met om ... teom te gebruiken
Gebiedende wijsgebruik!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen gebruiken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is gebruik. In gebruiken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (gebruikte, gebruikten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gebruikt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij gebruikt, maar gebruik jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van gebruiken?

gebruikte (ik, jij, hij/zij/het) en gebruikten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van gebruiken?

gebruikt, met hebben: ik heb gebruikt.

Gebruik je gebruiken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gebruikt, hij heeft gebruikt.

Is gebruiken een scheidbaar werkwoord?

Nee. Het voorvoegsel ge- gaat bij gebruiken nooit los (ik gebruik, dat ik gebruik), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: gebruikt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.