Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau C1 · Regelmatig, niet scheidbaar

Vervoeging van Gewennen

gewennen = to get used

Hele werkwoord
gewennen
Verleden tijd
gewende · gewenden
Voltooide tijd
heeft / is gewend

Kort antwoord

Gewennen is in het Engels to get used. Verleden tijd: gewende (enkelvoud) en gewenden (meervoud). Voltooid deelwoord: gewend, met hebben / zijn: ik heb / ben gewend.

Oefen gewennen

Tegenwoordige tijd

ikgewen
jijgewent
hij/zij/hetgewent
wijgewennen
julliegewennen
zijgewennen

Verleden tijd

ikgewende
jijgewende
hij/zij/hetgewende
wijgewenden
julliegewenden
zijgewenden

Voltooide tijd

ikheb / ben gewend
jijhebt / bent gewend
hij/zij/hetheeft / is gewend
wijhebben / zijn gewend
julliehebben / zijn gewend
zijhebben / zijn gewend

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gewend
jijhad / was gewend
hij/zij/hethad / was gewend
wijhadden / waren gewend
julliehadden / waren gewend
zijhadden / waren gewend

Toekomende tijd

ikzal gewennen
jijzult gewennen
hij/zij/hetzal gewennen
wijzullen gewennen
julliezullen gewennen
zijzullen gewennen

Voorwaardelijke wijs

ikzou gewennen
jijzou gewennen
hij/zij/hetzou gewennen
wijzouden gewennen
julliezouden gewennen
zijzouden gewennen

Gewennen is niet scheidbaar

Het voorvoegsel ge- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik gewen, dat ik gewen), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: gewend.

Hoofdzinik gewen
Vraaggewen jij?
Bijzin… dat ik gewen
Met een modaal werkwoordik wil gewennen
Voltooide tijdik heb / ben gewend
Met om ... teom te gewennen
Gebiedende wijsgewen!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen gewennen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

gewennen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Voltooide tijd

    Jij al snel aan het drukke werk .

  2. Bijzin

    Zij vindt het fijn dat ze aan de stad is.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is gewen. In gewennen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (gewende, gewenden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gewend).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij gewent, maar gewen jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ik heb me snel aan het vroege opstaan gewend. Ik ben aan het nieuwe huis gewend.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van gewennen?

gewende (ik, jij, hij/zij/het) en gewenden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van gewennen?

gewend, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ik heb me snel aan het vroege opstaan gewend. Ik ben aan het nieuwe huis gewend.

Gebruik je gewennen met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ik heb me snel aan het vroege opstaan gewend. Ik ben aan het nieuwe huis gewend.

Is gewennen een scheidbaar werkwoord?

Nee. Het voorvoegsel ge- gaat bij gewennen nooit los (ik gewen, dat ik gewen), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: gewend.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.