Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Onregelmatig

Vervoeging van Glimmen

glimmen = to shine, to glow

Hele werkwoord
glimmen
Verleden tijd
glom · glommen
Voltooide tijd
heeft geglommen

Kort antwoord

Glimmen is in het Engels to shine, to glow. Verleden tijd: glom (enkelvoud) en glommen (meervoud). Voltooid deelwoord: geglommen, met hebben: ik heb geglommen.

Oefen glimmen

Tegenwoordige tijd

ikglim
jijglimt
hij/zij/hetglimt
wijglimmen
jullieglimmen
zijglimmen

Verleden tijd

ikglom
jijglom
hij/zij/hetglom
wijglommen
jullieglommen
zijglommen

Voltooide tijd

ikheb geglommen
jijhebt geglommen
hij/zij/hetheeft geglommen
wijhebben geglommen
julliehebben geglommen
zijhebben geglommen

Voltooid verleden tijd

ikhad geglommen
jijhad geglommen
hij/zij/hethad geglommen
wijhadden geglommen
julliehadden geglommen
zijhadden geglommen

Toekomende tijd

ikzal glimmen
jijzult glimmen
hij/zij/hetzal glimmen
wijzullen glimmen
julliezullen glimmen
zijzullen glimmen

Voorwaardelijke wijs

ikzou glimmen
jijzou glimmen
hij/zij/hetzou glimmen
wijzouden glimmen
julliezouden glimmen
zijzouden glimmen

Oefen glimmen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

glimmen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De sterren vanavond heel mooi aan de hemel.

  2. Voltooide tijd

    De vloer na het poetsen mooi .

  3. Tegenwoordige tijd

    Het licht van de kaars zachtjes in het donker.

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: glimmen, glom, geglommen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij glimt, maar glim jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van glimmen?

glom (ik, jij, hij/zij/het) en glommen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van glimmen?

geglommen, met hebben: ik heb geglommen.

Gebruik je glimmen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geglommen, hij heeft geglommen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.