Level A2 · Irregular
Strijken conjugation
strijken = to stroke, to iron
- Infinitive
- strijken
- Past
- streek · streken
- Perfect
- heeft gestreken
Quick answer
Strijken means to stroke, to iron. Past tense: streek (singular) and streken (plural). Past participle: gestreken, with hebben: ik heb gestreken.
Practise strijkenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | strijk |
| jij | strijkt |
| hij/zij/het | strijkt |
| wij | strijken |
| jullie | strijken |
| zij | strijken |
Past (verleden tijd)
| ik | streek |
| jij | streek |
| hij/zij/het | streek |
| wij | streken |
| jullie | streken |
| zij | streken |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gestreken |
| jij | hebt gestreken |
| hij/zij/het | heeft gestreken |
| wij | hebben gestreken |
| jullie | hebben gestreken |
| zij | hebben gestreken |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gestreken |
| jij | had gestreken |
| hij/zij/het | had gestreken |
| wij | hadden gestreken |
| jullie | hadden gestreken |
| zij | hadden gestreken |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal strijken |
| jij | zult strijken |
| hij/zij/het | zal strijken |
| wij | zullen strijken |
| jullie | zullen strijken |
| zij | zullen strijken |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou strijken |
| jij | zou strijken |
| hij/zij/het | zou strijken |
| wij | zouden strijken |
| jullie | zouden strijken |
| zij | zouden strijken |
Practise strijken
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: strijken, streek, gestreken.
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij strijkt, but strijk jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of strijken?
streek (ik, jij, hij/zij/het) and streken (wij, jullie, zij).
What is the past participle of strijken?
gestreken, with hebben: ik heb gestreken.
Is strijken used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gestreken, hij heeft gestreken.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.