Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig

Vervoeging van Grijpen

grijpen = to grab

Hele werkwoord
grijpen
Verleden tijd
greep · grepen
Voltooide tijd
heeft gegrepen

Kort antwoord

Grijpen is in het Engels to grab. Verleden tijd: greep (enkelvoud) en grepen (meervoud). Voltooid deelwoord: gegrepen, met hebben: ik heb gegrepen.

Oefen grijpen

Tegenwoordige tijd

ikgrijp
jijgrijpt
hij/zij/hetgrijpt
wijgrijpen
julliegrijpen
zijgrijpen

Verleden tijd

ikgreep
jijgreep
hij/zij/hetgreep
wijgrepen
julliegrepen
zijgrepen

Voltooide tijd

ikheb gegrepen
jijhebt gegrepen
hij/zij/hetheeft gegrepen
wijhebben gegrepen
julliehebben gegrepen
zijhebben gegrepen

Voltooid verleden tijd

ikhad gegrepen
jijhad gegrepen
hij/zij/hethad gegrepen
wijhadden gegrepen
julliehadden gegrepen
zijhadden gegrepen

Toekomende tijd

ikzal grijpen
jijzult grijpen
hij/zij/hetzal grijpen
wijzullen grijpen
julliezullen grijpen
zijzullen grijpen

Voorwaardelijke wijs

ikzou grijpen
jijzou grijpen
hij/zij/hetzou grijpen
wijzouden grijpen
julliezouden grijpen
zijzouden grijpen

Oefen grijpen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

grijpen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De kat de muis met zijn poot.

  2. Verleden tijd

    Toen het begon te regenen, ik snel mijn paraplu.

  3. Voltooide tijd

    Zij de hand van het kind .

  4. Bijzin

    Ik schrik altijd als iemand mijn arm plotseling .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: grijpen, greep, gegrepen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij grijpt, maar grijp jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van grijpen?

greep (ik, jij, hij/zij/het) en grepen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van grijpen?

gegrepen, met hebben: ik heb gegrepen.

Gebruik je grijpen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gegrepen, hij heeft gegrepen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.