Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Haasten

haasten = to hurry

Hele werkwoord
haasten
Verleden tijd
haastte · haastten
Voltooide tijd
heeft gehaast

Kort antwoord

Haasten is in het Engels to hurry. Verleden tijd: haastte (enkelvoud) en haastten (meervoud). Voltooid deelwoord: gehaast, met hebben: ik heb gehaast.

Oefen haasten

Tegenwoordige tijd

ikhaast
jijhaast
hij/zij/hethaast
wijhaasten
julliehaasten
zijhaasten

Verleden tijd

ikhaastte
jijhaastte
hij/zij/hethaastte
wijhaastten
julliehaastten
zijhaastten

Voltooide tijd

ikheb gehaast
jijhebt gehaast
hij/zij/hetheeft gehaast
wijhebben gehaast
julliehebben gehaast
zijhebben gehaast

Voltooid verleden tijd

ikhad gehaast
jijhad gehaast
hij/zij/hethad gehaast
wijhadden gehaast
julliehadden gehaast
zijhadden gehaast

Toekomende tijd

ikzal haasten
jijzult haasten
hij/zij/hetzal haasten
wijzullen haasten
julliezullen haasten
zijzullen haasten

Voorwaardelijke wijs

ikzou haasten
jijzou haasten
hij/zij/hetzou haasten
wijzouden haasten
julliezouden haasten
zijzouden haasten

Oefen haasten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

haasten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik me, want de trein vertrekt over vijf minuten.

  2. Verleden tijd

    Hij zich naar het station.

  3. Voltooide tijd

    Wij ons naar huis vanwege de regen.

  4. Bijzin

    De leraar zegt dat jullie je niet hoeven te .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is haast. In haasten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (haastte, haastten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gehaast).

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van haasten?

haastte (ik, jij, hij/zij/het) en haastten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van haasten?

gehaast, met hebben: ik heb gehaast.

Gebruik je haasten met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gehaast, hij heeft gehaast.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.