Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Hacken

hacken = to hack

Hele werkwoord
hacken
Verleden tijd
hackte · hackten
Voltooide tijd
heeft gehackt

Kort antwoord

Hacken is in het Engels to hack. Verleden tijd: hackte (enkelvoud) en hackten (meervoud). Voltooid deelwoord: gehackt, met hebben: ik heb gehackt.

Oefen hacken

Tegenwoordige tijd

ikhack
jijhackt
hij/zij/hethackt
wijhacken
julliehacken
zijhacken

Verleden tijd

ikhackte
jijhackte
hij/zij/hethackte
wijhackten
julliehackten
zijhackten

Voltooide tijd

ikheb gehackt
jijhebt gehackt
hij/zij/hetheeft gehackt
wijhebben gehackt
julliehebben gehackt
zijhebben gehackt

Voltooid verleden tijd

ikhad gehackt
jijhad gehackt
hij/zij/hethad gehackt
wijhadden gehackt
julliehadden gehackt
zijhadden gehackt

Toekomende tijd

ikzal hacken
jijzult hacken
hij/zij/hetzal hacken
wijzullen hacken
julliezullen hacken
zijzullen hacken

Voorwaardelijke wijs

ikzou hacken
jijzou hacken
hij/zij/hetzou hacken
wijzouden hacken
julliezouden hacken
zijzouden hacken

Oefen hacken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

hacken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik nooit de wifi van mijn buren.

  2. Verleden tijd

    De criminelen vorig jaar de computers van de bank.

  3. Voltooide tijd

    Iemand mijn account .

  4. Bijzin

    Ze weet niet wie haar telefoon heeft .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is hack. In hacken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (hackte, hackten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gehackt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij hackt, maar hack jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van hacken?

hackte (ik, jij, hij/zij/het) en hackten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van hacken?

gehackt, met hebben: ik heb gehackt.

Gebruik je hacken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gehackt, hij heeft gehackt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.