Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Maaien conjugation

maaien = to mow

Infinitive
maaien
Past
maaide · maaiden
Perfect
heeft gemaaid

Quick answer

Maaien means to mow. Past tense: maaide (singular) and maaiden (plural). Past participle: gemaaid, with hebben: ik heb gemaaid.

Practise maaien

Present (tegenwoordige tijd)

ikmaai
jijmaait
hij/zij/hetmaait
wijmaaien
julliemaaien
zijmaaien

Past (verleden tijd)

ikmaaide
jijmaaide
hij/zij/hetmaaide
wijmaaiden
julliemaaiden
zijmaaiden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gemaaid
jijhebt gemaaid
hij/zij/hetheeft gemaaid
wijhebben gemaaid
julliehebben gemaaid
zijhebben gemaaid

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gemaaid
jijhad gemaaid
hij/zij/hethad gemaaid
wijhadden gemaaid
julliehadden gemaaid
zijhadden gemaaid

Future (toekomende tijd)

ikzal maaien
jijzult maaien
hij/zij/hetzal maaien
wijzullen maaien
julliezullen maaien
zijzullen maaien

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou maaien
jijzou maaien
hij/zij/hetzou maaien
wijzouden maaien
julliezouden maaien
zijzouden maaien

Practise maaien

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is maai. The infinitive maaien has i before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (maaide, maaiden) and the participle ends in -d (gemaaid).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij maait, but maai jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of maaien?

maaide (ik, jij, hij/zij/het) and maaiden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of maaien?

gemaaid, with hebben: ik heb gemaaid.

Is maaien used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gemaaid, hij heeft gemaaid.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.