Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A1 · Regelmatig

Vervoeging van Halen

halen = to fetch, get

Hele werkwoord
halen
Verleden tijd
haalde · haalden
Voltooide tijd
heeft gehaald

Kort antwoord

Halen is in het Engels to fetch, get. Verleden tijd: haalde (enkelvoud) en haalden (meervoud). Voltooid deelwoord: gehaald, met hebben: ik heb gehaald.

Oefen halen

Tegenwoordige tijd

ikhaal
jijhaalt
hij/zij/hethaalt
wijhalen
julliehalen
zijhalen

Verleden tijd

ikhaalde
jijhaalde
hij/zij/hethaalde
wijhaalden
julliehaalden
zijhaalden

Voltooide tijd

ikheb gehaald
jijhebt gehaald
hij/zij/hetheeft gehaald
wijhebben gehaald
julliehebben gehaald
zijhebben gehaald

Voltooid verleden tijd

ikhad gehaald
jijhad gehaald
hij/zij/hethad gehaald
wijhadden gehaald
julliehadden gehaald
zijhadden gehaald

Toekomende tijd

ikzal halen
jijzult halen
hij/zij/hetzal halen
wijzullen halen
julliezullen halen
zijzullen halen

Voorwaardelijke wijs

ikzou halen
jijzou halen
hij/zij/hetzou halen
wijzouden halen
julliezouden halen
zijzouden halen

Oefen halen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is haal. In halen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (haalde, haalden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gehaald).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij haalt, maar haal jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van halen?

haalde (ik, jij, hij/zij/het) en haalden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van halen?

gehaald, met hebben: ik heb gehaald.

Gebruik je halen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gehaald, hij heeft gehaald.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.