Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Hechten

hechten = to attach

Hele werkwoord
hechten
Verleden tijd
hechtte · hechtten
Voltooide tijd
heeft gehecht

Kort antwoord

Hechten is in het Engels to attach. Verleden tijd: hechtte (enkelvoud) en hechtten (meervoud). Voltooid deelwoord: gehecht, met hebben: ik heb gehecht.

Oefen hechten

Tegenwoordige tijd

ikhecht
jijhecht
hij/zij/hethecht
wijhechten
julliehechten
zijhechten

Verleden tijd

ikhechtte
jijhechtte
hij/zij/hethechtte
wijhechtten
julliehechtten
zijhechtten

Voltooide tijd

ikheb gehecht
jijhebt gehecht
hij/zij/hetheeft gehecht
wijhebben gehecht
julliehebben gehecht
zijhebben gehecht

Voltooid verleden tijd

ikhad gehecht
jijhad gehecht
hij/zij/hethad gehecht
wijhadden gehecht
julliehadden gehecht
zijhadden gehecht

Toekomende tijd

ikzal hechten
jijzult hechten
hij/zij/hetzal hechten
wijzullen hechten
julliezullen hechten
zijzullen hechten

Voorwaardelijke wijs

ikzou hechten
jijzou hechten
hij/zij/hetzou hechten
wijzouden hechten
julliezouden hechten
zijzouden hechten

Oefen hechten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

hechten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Zij een kaartje aan het cadeau.

  2. Verleden tijd

    De man een label aan de koffer.

  3. Voltooide tijd

    Wij de foto aan het formulier .

  4. Bijzin

    Ik bel je, omdat jullie het bewijs aan de brief .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is hecht. In hechten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (hechtte, hechtten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gehecht).

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van hechten?

hechtte (ik, jij, hij/zij/het) en hechtten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van hechten?

gehecht, met hebben: ik heb gehecht.

Gebruik je hechten met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gehecht, hij heeft gehecht.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.