Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Heersen

heersen = to prevail

Hele werkwoord
heersen
Verleden tijd
heerste · heersten
Voltooide tijd
heeft geheerst

Kort antwoord

Heersen is in het Engels to prevail. Verleden tijd: heerste (enkelvoud) en heersten (meervoud). Voltooid deelwoord: geheerst, met hebben: ik heb geheerst.

Oefen heersen

Tegenwoordige tijd

ikheers
jijheerst
hij/zij/hetheerst
wijheersen
jullieheersen
zijheersen

Verleden tijd

ikheerste
jijheerste
hij/zij/hetheerste
wijheersten
jullieheersten
zijheersten

Voltooide tijd

ikheb geheerst
jijhebt geheerst
hij/zij/hetheeft geheerst
wijhebben geheerst
julliehebben geheerst
zijhebben geheerst

Voltooid verleden tijd

ikhad geheerst
jijhad geheerst
hij/zij/hethad geheerst
wijhadden geheerst
julliehadden geheerst
zijhadden geheerst

Toekomende tijd

ikzal heersen
jijzult heersen
hij/zij/hetzal heersen
wijzullen heersen
julliezullen heersen
zijzullen heersen

Voorwaardelijke wijs

ikzou heersen
jijzou heersen
hij/zij/hetzou heersen
wijzouden heersen
julliezouden heersen
zijzouden heersen

Oefen heersen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

heersen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    In de klas vandaag een gezellige sfeer.

  2. Verleden tijd

    Na het nieuws er een diepe stilte in de zaal.

  3. Voltooide tijd

    Er in het dorp jarenlang grote angst .

  4. Bijzin

    Het is fijn dat er bij ons op kantoor zo'n goede sfeer .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is heers. In heersen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (heerste, heersten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geheerst).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij heerst, maar heers jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van heersen?

heerste (ik, jij, hij/zij/het) en heersten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van heersen?

geheerst, met hebben: ik heb geheerst.

Gebruik je heersen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geheerst, hij heeft geheerst.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.