Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Keren

keren = to turn around

Hele werkwoord
keren
Verleden tijd
keerde · keerden
Voltooide tijd
heeft / is gekeerd

Kort antwoord

Keren is in het Engels to turn around. Verleden tijd: keerde (enkelvoud) en keerden (meervoud). Voltooid deelwoord: gekeerd, met hebben / zijn: ik heb / ben gekeerd.

Oefen keren

Tegenwoordige tijd

ikkeer
jijkeert
hij/zij/hetkeert
wijkeren
julliekeren
zijkeren

Verleden tijd

ikkeerde
jijkeerde
hij/zij/hetkeerde
wijkeerden
julliekeerden
zijkeerden

Voltooide tijd

ikheb / ben gekeerd
jijhebt / bent gekeerd
hij/zij/hetheeft / is gekeerd
wijhebben / zijn gekeerd
julliehebben / zijn gekeerd
zijhebben / zijn gekeerd

Voltooid verleden tijd

ikhad / was gekeerd
jijhad / was gekeerd
hij/zij/hethad / was gekeerd
wijhadden / waren gekeerd
julliehadden / waren gekeerd
zijhadden / waren gekeerd

Toekomende tijd

ikzal keren
jijzult keren
hij/zij/hetzal keren
wijzullen keren
julliezullen keren
zijzullen keren

Voorwaardelijke wijs

ikzou keren
jijzou keren
hij/zij/hetzou keren
wijzouden keren
julliezouden keren
zijzouden keren

Oefen keren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

keren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Wij om, want we hebben de weg verkeerd gekozen.

  2. Verleden tijd

    De chauffeur bij de rotonde en reed terug.

  3. Voltooide tijd

    Hij de auto op de smalle weg .

  4. Bijzin

    Het is lastig als je op een drukke weg moet .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is keer. In keren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (keerde, keerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gekeerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij keert, maar keer jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Hij heeft de auto gekeerd. Het tij is gekeerd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van keren?

keerde (ik, jij, hij/zij/het) en keerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van keren?

gekeerd, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Hij heeft de auto gekeerd. Het tij is gekeerd.

Gebruik je keren met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Hij heeft de auto gekeerd. Het tij is gekeerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.