Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Knallen

knallen = to bang

Hele werkwoord
knallen
Verleden tijd
knalde · knalden
Voltooide tijd
heeft geknald

Kort antwoord

Knallen is in het Engels to bang. Verleden tijd: knalde (enkelvoud) en knalden (meervoud). Voltooid deelwoord: geknald, met hebben: ik heb geknald.

Oefen knallen

Tegenwoordige tijd

ikknal
jijknalt
hij/zij/hetknalt
wijknallen
jullieknallen
zijknallen

Verleden tijd

ikknalde
jijknalde
hij/zij/hetknalde
wijknalden
jullieknalden
zijknalden

Voltooide tijd

ikheb geknald
jijhebt geknald
hij/zij/hetheeft geknald
wijhebben geknald
julliehebben geknald
zijhebben geknald

Voltooid verleden tijd

ikhad geknald
jijhad geknald
hij/zij/hethad geknald
wijhadden geknald
julliehadden geknald
zijhadden geknald

Toekomende tijd

ikzal knallen
jijzult knallen
hij/zij/hetzal knallen
wijzullen knallen
julliezullen knallen
zijzullen knallen

Voorwaardelijke wijs

ikzou knallen
jijzou knallen
hij/zij/hetzou knallen
wijzouden knallen
julliezouden knallen
zijzouden knallen

Oefen knallen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

knallen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De champagnekurk heel hard tijdens het feest.

  2. Verleden tijd

    De deur dicht door de harde wind.

  3. Voltooide tijd

    Het vuurwerk de hele nacht .

  4. Bijzin

    De baby schrikt altijd wanneer de ballonnen .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is knal. In knallen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (knalde, knalden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geknald).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij knalt, maar knal jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van knallen?

knalde (ik, jij, hij/zij/het) en knalden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van knallen?

geknald, met hebben: ik heb geknald.

Gebruik je knallen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geknald, hij heeft geknald.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.