Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Knopen

knopen = to tie, knot

Hele werkwoord
knopen
Verleden tijd
knoopte · knoopten
Voltooide tijd
heeft geknoopt

Kort antwoord

Knopen is in het Engels to tie, knot. Verleden tijd: knoopte (enkelvoud) en knoopten (meervoud). Voltooid deelwoord: geknoopt, met hebben: ik heb geknoopt.

Oefen knopen

Tegenwoordige tijd

ikknoop
jijknoopt
hij/zij/hetknoopt
wijknopen
jullieknopen
zijknopen

Verleden tijd

ikknoopte
jijknoopte
hij/zij/hetknoopte
wijknoopten
jullieknoopten
zijknoopten

Voltooide tijd

ikheb geknoopt
jijhebt geknoopt
hij/zij/hetheeft geknoopt
wijhebben geknoopt
julliehebben geknoopt
zijhebben geknoopt

Voltooid verleden tijd

ikhad geknoopt
jijhad geknoopt
hij/zij/hethad geknoopt
wijhadden geknoopt
julliehadden geknoopt
zijhadden geknoopt

Toekomende tijd

ikzal knopen
jijzult knopen
hij/zij/hetzal knopen
wijzullen knopen
julliezullen knopen
zijzullen knopen

Voorwaardelijke wijs

ikzou knopen
jijzou knopen
hij/zij/hetzou knopen
wijzouden knopen
julliezouden knopen
zijzouden knopen

Oefen knopen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

knopen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn zoon zijn veters zelf.

  2. Verleden tijd

    De matroos het touw stevig vast.

  3. Voltooide tijd

    Zij een sjaal om haar hals .

  4. Bijzin

    Ik help je, als jij de stropdas niet kunt .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is knoop. In knopen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (knoopte, knoopten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geknoopt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij knoopt, maar knoop jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van knopen?

knoopte (ik, jij, hij/zij/het) en knoopten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van knopen?

geknoopt, met hebben: ik heb geknoopt.

Gebruik je knopen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geknoopt, hij heeft geknoopt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.