Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A1 · Regelmatig

Vervoeging van Koken

koken = to cook

Hele werkwoord
koken
Verleden tijd
kookte · kookten
Voltooide tijd
heeft gekookt

Kort antwoord

Koken is in het Engels to cook. Verleden tijd: kookte (enkelvoud) en kookten (meervoud). Voltooid deelwoord: gekookt, met hebben: ik heb gekookt.

Oefen koken

Tegenwoordige tijd

ikkook
jijkookt
hij/zij/hetkookt
wijkoken
julliekoken
zijkoken

Verleden tijd

ikkookte
jijkookte
hij/zij/hetkookte
wijkookten
julliekookten
zijkookten

Voltooide tijd

ikheb gekookt
jijhebt gekookt
hij/zij/hetheeft gekookt
wijhebben gekookt
julliehebben gekookt
zijhebben gekookt

Voltooid verleden tijd

ikhad gekookt
jijhad gekookt
hij/zij/hethad gekookt
wijhadden gekookt
julliehadden gekookt
zijhadden gekookt

Toekomende tijd

ikzal koken
jijzult koken
hij/zij/hetzal koken
wijzullen koken
julliezullen koken
zijzullen koken

Voorwaardelijke wijs

ikzou koken
jijzou koken
hij/zij/hetzou koken
wijzouden koken
julliezouden koken
zijzouden koken

Oefen koken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is kook. In koken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (kookte, kookten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gekookt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij kookt, maar kook jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van koken?

kookte (ik, jij, hij/zij/het) en kookten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van koken?

gekookt, met hebben: ik heb gekookt.

Gebruik je koken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gekookt, hij heeft gekookt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.