Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Koppelen

koppelen = to connect

Hele werkwoord
koppelen
Verleden tijd
koppelde · koppelden
Voltooide tijd
heeft gekoppeld

Kort antwoord

Koppelen is in het Engels to connect. Verleden tijd: koppelde (enkelvoud) en koppelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gekoppeld, met hebben: ik heb gekoppeld.

Oefen koppelen

Tegenwoordige tijd

ikkoppel
jijkoppelt
hij/zij/hetkoppelt
wijkoppelen
julliekoppelen
zijkoppelen

Verleden tijd

ikkoppelde
jijkoppelde
hij/zij/hetkoppelde
wijkoppelden
julliekoppelden
zijkoppelden

Voltooide tijd

ikheb gekoppeld
jijhebt gekoppeld
hij/zij/hetheeft gekoppeld
wijhebben gekoppeld
julliehebben gekoppeld
zijhebben gekoppeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gekoppeld
jijhad gekoppeld
hij/zij/hethad gekoppeld
wijhadden gekoppeld
julliehadden gekoppeld
zijhadden gekoppeld

Toekomende tijd

ikzal koppelen
jijzult koppelen
hij/zij/hetzal koppelen
wijzullen koppelen
julliezullen koppelen
zijzullen koppelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou koppelen
jijzou koppelen
hij/zij/hetzou koppelen
wijzouden koppelen
julliezouden koppelen
zijzouden koppelen

Oefen koppelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

koppelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik mijn telefoon aan de nieuwe speaker.

  2. Verleden tijd

    De monteur de computer aan het netwerk.

  3. Voltooide tijd

    Jij de printer al aan je laptop .

  4. Bijzin

    Het werkt pas als jullie de twee kabels .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is koppel. In koppelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (koppelde, koppelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gekoppeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij koppelt, maar koppel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van koppelen?

koppelde (ik, jij, hij/zij/het) en koppelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van koppelen?

gekoppeld, met hebben: ik heb gekoppeld.

Gebruik je koppelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gekoppeld, hij heeft gekoppeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.