Level B2 · Regular
Koesteren conjugation
koesteren = to cherish, to pamper
- Infinitive
- koesteren
- Past
- koesterde · koesterden
- Perfect
- heeft gekoesterd
Quick answer
Koesteren means to cherish, to pamper. Past tense: koesterde (singular) and koesterden (plural). Past participle: gekoesterd, with hebben: ik heb gekoesterd.
Practise koesterenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | koester |
| jij | koestert |
| hij/zij/het | koestert |
| wij | koesteren |
| jullie | koesteren |
| zij | koesteren |
Past (verleden tijd)
| ik | koesterde |
| jij | koesterde |
| hij/zij/het | koesterde |
| wij | koesterden |
| jullie | koesterden |
| zij | koesterden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gekoesterd |
| jij | hebt gekoesterd |
| hij/zij/het | heeft gekoesterd |
| wij | hebben gekoesterd |
| jullie | hebben gekoesterd |
| zij | hebben gekoesterd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gekoesterd |
| jij | had gekoesterd |
| hij/zij/het | had gekoesterd |
| wij | hadden gekoesterd |
| jullie | hadden gekoesterd |
| zij | hadden gekoesterd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal koesteren |
| jij | zult koesteren |
| hij/zij/het | zal koesteren |
| wij | zullen koesteren |
| jullie | zullen koesteren |
| zij | zullen koesteren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou koesteren |
| jij | zou koesteren |
| hij/zij/het | zou koesteren |
| wij | zouden koesteren |
| jullie | zouden koesteren |
| zij | zouden koesteren |
Practise koesteren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is koester. The infinitive koesteren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (koesterde, koesterden) and the participle ends in -d (gekoesterd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij koestert, but koester jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of koesteren?
koesterde (ik, jij, hij/zij/het) and koesterden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of koesteren?
gekoesterd, with hebben: ik heb gekoesterd.
Is koesteren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gekoesterd, hij heeft gekoesterd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.